Home » moderne muziek

Category Archives: moderne muziek

kunstpaus

Is Reinbert de Leeuw eigenlijk wel van betekenis geweest voor de uitvoeringspraktijk van moderne muziek in NL.

Typisch leonardo om zo’n dwarse vraag te stellen.
Maar leest U nog even mee. Het komt echt goed.

Ik kom daarop omdat ik een leuk speeltje heb: een heel speciaal boekje met sudoku’s en een heel speciaal boekje met schaakproblemen: het archief van NRC, de zaterdagkrant. Dat struin ik door voor een plezierig tijdverdrijf: de oplossing vinden – sudoku’s – of proberen te vinden -de winnende zet in partijstellingen. Bij dat doorstruinen kom ik ook oud nieuws tegen, zomeravondgesprekken, interviews. Op zich een leuke, en vooral relativerende bezigheid: vaak was er opwindend nieuws, zelden beklijfde het.
En zo botste ik een paar keer op het artikel lunchen met Reinbert de Leeuw.

De NRC lunchte met hem bij gelegenheid van wat NRC in 2013 de Reinbert-maand noemde: hij werd 75, kreeg drie grote prijzen, en er vielen hem nog meer onderscheidende ervaringen ten deel. Waaronder een biografie, door hem zelf overigens verfoeid. Kortom, een lunch en een daaruit voortkomend artikel met een positieve toonzetting.
Terecht?

Laat ik deze “onzinvragen” direct beantwoorden met een positieve geste. Ook ik heb cd’s van deze grote musicus in mijn verzameling. Hier is een stukje van Quator pour la fin du temps van Olivier Messiaen.

luister naar Vocalise, pour l’Ange qui annonce la fin du temps, met De Leeuw aan de vleugel

Vanwaar dan mijn “vragen naar de bekende weg”?
Hij zette het Schönberg ensemble op poten, dat na een fusie nog steeds “zijn” Asko|Schönberg ensemble is, waarmee hij veel moderne muziek aan de wereld laat horen. “Levende componisten die hij kan vragen hoe ze willen dat het klinkt.” En ook in ander verband voert hij veel moderne muziek uit.
Maar hoe staat het met de appreciatie, hoe is de receptie er van?
Daar zit het probleem. Wat deze kunstpaus ook gedaan heeft, het geloof waarin hij zelf sterk staat heeft hij niet verbreid. Natuurlijk, een handjevol loopt achter hem aan. Je zou ook kunnen zeggen: hij heeft een subcultuurtje gecreëerd.

Martin van Amerongen schrijft een boekje over de Mattheus of het Requiem of de Ring, hij hoeft de namen van de componisten niet eens te noemen, maar een paar dagen later zijn cd’s weer als warme broodjes over de toonbank gegaan.
Maarten ’t Hart of Paul Witteman publiceren iets over Schubert, of andere namen die we allemaal kunnen dromen, en hup, daar gaan de verkoopcijfers.
En het probleem is: ze blijven over Buxtehude of Mozart of Strauss of Wagner schrijven. Marleen schrijft op dit blog over Vivaldi, en een ster aan het firmament van de barokvernieuwers, il giardino armonico, alsof daar nog nooit iets over geschreven is.

Reinbert de Leeuw voert een werk uit van Galina Ustvolskaya en een paar dagen later kunnen hooguit enkele mensen haar naam nog uitspreken zonder dat ze daarbij na moeten denken.

Onze Reinbert heeft het helemaal verkeerd aangepakt. Zo blijft de westerse muziek gedomineerd door componisten die heel lang dood moeten zijn om te mogen domineren.
Dus zo onzinnig zijn mijn vragen niet.
En ik heb ze hier en nu – niet zo onzinnig – zelf beantwoord.

Onze Reinbert had het heel anders aan moeten pakken.

Hij moet, samen met zijn vriend Louis Andriesen, Maarten ’t Hart, Marleen, Martin van Amerongen en Paul Witteman bij hem thuis aan de keukentafel uitnodigen.
Sorry, Martin niet, die is inmiddels gaan hemelen. Die moet in het hiernamaals bijgepraat worden.
En dat doen ze niet om te doceren. Niet om om te turnen.
Nee, ze vragen ’t Hart: Maarten, vertel ons nou eens, wat is er zo speciaal, zo uitmuntend, aan Bach.
En Maarten gaat praten, dat doet ie graag. Terwijl hij praat luisteren Reinbert en Louis aandachtig, knikken zo nu en dan instemmend. Af en toe stellen ze een vraagje, dat Maarten niet lijkt te horen.
Maarten heeft zo lang gepraat dat Reinbert op enig moment zegt: zo, dat was het voor vandaag. Paul protesteert, Marleen kijkt sip: wij zouden toch ook … Komt, stelt Louis hen gerust, de volgende sessie. Wat zullen we zeggen: volgende week, zelfde plaats, zelfde tijd.

En zo mag Paul de volgende week zijn verhaal doen, over een geliefde componist. En ook hij weet wat praten is, dus dat gaat maar door.
Maar let op Maarten: die vraagjes van de vorige sessie zijn toch in goede aarde gevallen – Reinbert en Louis weten wel wat ze doen – en nu gaat ie zelf kritische opmerkingen maken tegen Paul.
Dat zeg je nou wel zo, Paul, maar …
Reinbert en Louis laten niks merken. Af en toe stellen ze ook een vraagje aan Paul.

De volgende sessie idem dito met Marleen. Die mag in geuren en kleuren uitweiden over haar Sigiswald, il giardino armonica en de muziek van Tartini.
Ze heeft het nog zwaarder dan Paul. Want niet alleen Maarten is kritischer geworden, maar ook Paul stelt nu vervelende vraagjes.
Wat is eigenlijk het nut Marleen, van al dat specialiseren en afstoffen.
Reinbert en Louis hoeven bijna geen duwtje meer te geven.

Zullen we eens luisteren naar een stukje wat we wel modern mogen noemen, stellen ze voor. En ze hebben niet het minst moderne, het meest toegankelijke voorgeschoteld.

hier kunt U het derde deel van de Sinfonia van Luciano Berio horen.
Berio gebruikt het Scherzo van Mahler’s Tweede Symfonie
In ruhig fließender Bewegung
om een rivier in een steeds veranderend landschap te schilderen:
een stroom van citaten van dode (beroemde) en levende (moderne) componisten

[
De vraag is natuurlijk, evenals bij klassiek en pop: bestaat er wel moderne muziek?
Wat Willem Breuker zei blijft ook hier waar: er is goeie en er is slechte muziek.
Ik moest uiteraard de naam van de componist noemen, zodat U zelf na kon gaan wanneer die geboren is: 1925.
Is het daarom moderne muziek? Heeft de man niet gewoon zijn vak op kundige wijze beoefend en dàt geschapen wat ie wilde scheppen: muziek?
Ik had hier ook Arvo Pärt kunnen laten horen. Maar dat is met straatlengte de meest uitgevoerde nog levende componist – mag je die dan nog modern noemen?
]

Nou ja, de drie waren onder de indruk.
Kunnen jullie nu aangeven wat je hierin wel of juist niet hoort, wat je bij Bach, of een andere beroemde componist, niet of juist wel hoort, vroeg Reinbert met zijn minst strenge gezicht.
Het is een beetje moeilijke vraag voor Maarten, Marleen en Paul. Ze komen er niet uit.

En nog een paar van die sessies, en ze zijn ongemerkt helemaal omgeturnd. Ze willen niet meer horen van barokspecialisten en Mozart sonates en Mahler symfonieën. Ze willen alleen nog maar praten over meelopende geluidsbanden van opstijgende vliegtuigen en kettingzagen … en vooral over Henri Brant en Kaija Saariaho en Gérard Grisey.

Zo had het kunnen gaan.
Helaas, zo is het niet gegaan. Reinbert heeft geen dwarsliggers bij hem thuis aan de keukentafel uitgenodigd. En dus is het getrompetter over Bach en Mozart en Wagner gebleven. En hun muziek wordt afgestoft, vernieuwd of versprankeld.
Veelvuldig. Door veel specialisten.
Denk daarbij aan barokspecialisten die ook de 19de eeuw nog eens dunnetjes over willen doen.

Wie nieuwere muziek wil horen moet de plaats kennen.
En de ure.

Advertenties