Home » componisten

Category Archives: componisten

Hedendaagse Haydn in slot Esterhazy

Het beroemde barokorkest “Il giardino armonico” o.l.v. Giovanni Antonini is bezig met een enorm project. Ze gaan alle symfonieën van Haydn opnemen en dat zijn er minstens 104. Ze willen dit project voltooien binnen het jaar 2032, het driehonderdste geboortejaar van Haydn. Ze gaven onlangs een live-opname van een concert vrij. Het programma betreft drie symfonieën van Haydn en een symfonie van Wilhelm Friedemann Bach. Dezelfde symfonieën zijn opgenomen voor hun laatste cd. Deze cd, genaamd “il filosofo”, naar de derde symfonie die daarop te beluisteren valt, is de tweede in een serie van opnamen die vallen binnen het project van dit barokorkest om alle symfonieën van Haydn op te nemen.

Het toeval wil dat ik deze eerste twee albums uit handen van “il giardino armonico” zelf heb mogen ontvangen dankzij twee prijsvragen op Facebook. Bij de eerste prijsvraag won ik het eerste album “La passione”. De tweede prijsvraag werd 31 maart 2015 gehouden, de verjaardag van Haydn. Ook ik vier dan mijn verjaardag. Helaas kwam mijn antwoord toen niet goed door, maar ik heb uiteindelijk kunnen aantonen dat ik juist geantwoord had en na de mededeling dat het die dag ook mijn verjaardag was kreeg ik ook de tweede cd, “Il filosofo”. Elke cd ligt ingebed in een boekwerk ter grootte van een lp dat veel extra informatie en mooie foto’s bevat. Ik was er verguld mee.

Het concert vond 9 mei 2015 plaats in de Haydnsaal van het paleis Esterházy in Eisenstadt bij de grens tussen Oostenrijk en Hongarije. Daar werkte Haydn gedurende dertig jaar als kapelmeester voor deze vorstenfamilie. “Il giardino armonico” is vreemd genoeg bijna nooit op tournee in Italië. Het is vanuit hieruit dus heel moeilijk concerten bij te wonen. Deze opname biedt de kans het orkest behalve goed te horen ook goed te bekijken. Het concert duurt bijna anderhalf uur, maar het loont zeer de tijd er rustig naar te kijken.

Programma
Joseph Haydn (1732–1809), Sinfonie Nr. 47 in G-Dur, Hob. I:47 (1772)
Wilhelm Friedemann Bach (1710–1784), Sinfonia in F-Dur
pauze
Joseph Haydn, Sinfonie Nr. 22 in Es-Dur, Hob. I:22 «Der Philosoph» (1764)
Joseph Haydn, Sinfonie Nr. 46 in H-Dur, Hob. I:46 (1772)

Het concert is op de twee onderstaande video’s te zien en te beluisteren. De eerste video is geeft het deel van voor de pauze weer en de tweede video is van na de pauze. Met gebruik van de time code kunnen ook de afzonderlijke delen van elke symfonie beluisterd worden.

 

Het is prachtig de musici op de oude instrumenten te zien spelen. Vooral de hoorns geven daar een mooi beeld van en spelen soms zeer schetterend. Typisch zijn de gelaatsuitdrukkingen van Giovanni Antonini. Die wisselen sterk af tussen lyrische en dromerige gezichten en vastbesloten op elkaar geklemde kaken of boze trekken. Op de volgende foto’s is hij goed te zien. Maar op de video’s is nog veel meer van zijn levendige uitdrukkingen en zijn dynamische stijl te zien. Het moet een zeer inspirerende dirigent zijn.

Enkele gelaatsuitdrukkingen van de dirigent Giovanni Antonini

Enkele gelaatsuitdrukkingen van de dirigent Giovanni Antonini

 

Concert voor veel instrumenten van Antonio Vivaldi

In het concerto per molti strumenti e orchestra in do – maggiore (RV 558) di Vivaldi komen, zoals de naam aangeeft, veel solo-instrumenten voor.

Het bestaat uit drie korte delen: Allegro molto, Andante molto, Allegro

Hieronder wordt het concert uitgevoerd door Il giardino armonico onder leiding van Giovanni Antonini. (Zie ook een voorgaand blog over il giardino armonico). Zij spelen zoals altijd de muziek weer zeer ritmisch en precies met sterke dynamica (beluister youtube onderaan het bericht).

De uitvoerende instrumenten zijn: twee blokfluiten, twee teorbes (chitarrone), twee mandolines, twee chamuleaux, twee tromba marina of nonnenviolen, een cello en strijkorkest.

Er spelen drie paar oudere instrumenten die je niet vaak hoort. De chamuleau bijvoorbeeld is de voorloper van de klarinet. Zodra je ze hoort spelen heeft dat een vreemd effect want een dergelijk geluid verwacht je niet in die tijd. De tromba marina of nonnenviool is een langwerpig snaarinstrument met een enkele snaar. Het heeft een klankkast die lijkt op die van een harp en werd in relatief grotere aantallen teruggevonden in kloosters. Soms wordt er geschreven dat het als een bas bespeeld wordt, anderen spelen er daarentegen flageoletten op. Het instrument kan hier beluisterd worden. Het klinkt inderdaad als een trompet; er wordt wel beweerd dat nonnen geen trompet mochten spelen en dat dit hun alternatief was. Zou dit waar zijn?

Een indrukwekkend instrument om te zien is de teorbe of chitarrone (grote gitaar). Deze wordt hier prachtig bespeeld door Jonas Nordberg in een suite in a – mineur, Prélude et Allemande van, Robert de Visée. Zeer de moeite waard om naar te kijken èn te luisteren. Het instrument is goed te zien en te horen en het kerkje is bijzonder.

Robert de Visée

Robert de Visée

In het concerto per molti strumenti zijn de verschillende instrumenten niet altijd even goed te onderscheiden. Vaak creëren ze samen een speciaal timbre of klankkleur.

Hieronder dan het concerto per molti strumenti di Vivaldi

 

kunstpaus

Is Reinbert de Leeuw eigenlijk wel van betekenis geweest voor de uitvoeringspraktijk van moderne muziek in NL.

Typisch leonardo om zo’n dwarse vraag te stellen.
Maar leest U nog even mee. Het komt echt goed.

Ik kom daarop omdat ik een leuk speeltje heb: een heel speciaal boekje met sudoku’s en een heel speciaal boekje met schaakproblemen: het archief van NRC, de zaterdagkrant. Dat struin ik door voor een plezierig tijdverdrijf: de oplossing vinden – sudoku’s – of proberen te vinden -de winnende zet in partijstellingen. Bij dat doorstruinen kom ik ook oud nieuws tegen, zomeravondgesprekken, interviews. Op zich een leuke, en vooral relativerende bezigheid: vaak was er opwindend nieuws, zelden beklijfde het.
En zo botste ik een paar keer op het artikel lunchen met Reinbert de Leeuw.

De NRC lunchte met hem bij gelegenheid van wat NRC in 2013 de Reinbert-maand noemde: hij werd 75, kreeg drie grote prijzen, en er vielen hem nog meer onderscheidende ervaringen ten deel. Waaronder een biografie, door hem zelf overigens verfoeid. Kortom, een lunch en een daaruit voortkomend artikel met een positieve toonzetting.
Terecht?

Laat ik deze “onzinvragen” direct beantwoorden met een positieve geste. Ook ik heb cd’s van deze grote musicus in mijn verzameling. Hier is een stukje van Quator pour la fin du temps van Olivier Messiaen.

luister naar Vocalise, pour l’Ange qui annonce la fin du temps, met De Leeuw aan de vleugel

Vanwaar dan mijn “vragen naar de bekende weg”?
Hij zette het Schönberg ensemble op poten, dat na een fusie nog steeds “zijn” Asko|Schönberg ensemble is, waarmee hij veel moderne muziek aan de wereld laat horen. “Levende componisten die hij kan vragen hoe ze willen dat het klinkt.” En ook in ander verband voert hij veel moderne muziek uit.
Maar hoe staat het met de appreciatie, hoe is de receptie er van?
Daar zit het probleem. Wat deze kunstpaus ook gedaan heeft, het geloof waarin hij zelf sterk staat heeft hij niet verbreid. Natuurlijk, een handjevol loopt achter hem aan. Je zou ook kunnen zeggen: hij heeft een subcultuurtje gecreëerd.

Martin van Amerongen schrijft een boekje over de Mattheus of het Requiem of de Ring, hij hoeft de namen van de componisten niet eens te noemen, maar een paar dagen later zijn cd’s weer als warme broodjes over de toonbank gegaan.
Maarten ’t Hart of Paul Witteman publiceren iets over Schubert, of andere namen die we allemaal kunnen dromen, en hup, daar gaan de verkoopcijfers.
En het probleem is: ze blijven over Buxtehude of Mozart of Strauss of Wagner schrijven. Marleen schrijft op dit blog over Vivaldi, en een ster aan het firmament van de barokvernieuwers, il giardino armonico, alsof daar nog nooit iets over geschreven is.

Reinbert de Leeuw voert een werk uit van Galina Ustvolskaya en een paar dagen later kunnen hooguit enkele mensen haar naam nog uitspreken zonder dat ze daarbij na moeten denken.

Onze Reinbert heeft het helemaal verkeerd aangepakt. Zo blijft de westerse muziek gedomineerd door componisten die heel lang dood moeten zijn om te mogen domineren.
Dus zo onzinnig zijn mijn vragen niet.
En ik heb ze hier en nu – niet zo onzinnig – zelf beantwoord.

Onze Reinbert had het heel anders aan moeten pakken.

Hij moet, samen met zijn vriend Louis Andriesen, Maarten ’t Hart, Marleen, Martin van Amerongen en Paul Witteman bij hem thuis aan de keukentafel uitnodigen.
Sorry, Martin niet, die is inmiddels gaan hemelen. Die moet in het hiernamaals bijgepraat worden.
En dat doen ze niet om te doceren. Niet om om te turnen.
Nee, ze vragen ’t Hart: Maarten, vertel ons nou eens, wat is er zo speciaal, zo uitmuntend, aan Bach.
En Maarten gaat praten, dat doet ie graag. Terwijl hij praat luisteren Reinbert en Louis aandachtig, knikken zo nu en dan instemmend. Af en toe stellen ze een vraagje, dat Maarten niet lijkt te horen.
Maarten heeft zo lang gepraat dat Reinbert op enig moment zegt: zo, dat was het voor vandaag. Paul protesteert, Marleen kijkt sip: wij zouden toch ook … Komt, stelt Louis hen gerust, de volgende sessie. Wat zullen we zeggen: volgende week, zelfde plaats, zelfde tijd.

En zo mag Paul de volgende week zijn verhaal doen, over een geliefde componist. En ook hij weet wat praten is, dus dat gaat maar door.
Maar let op Maarten: die vraagjes van de vorige sessie zijn toch in goede aarde gevallen – Reinbert en Louis weten wel wat ze doen – en nu gaat ie zelf kritische opmerkingen maken tegen Paul.
Dat zeg je nou wel zo, Paul, maar …
Reinbert en Louis laten niks merken. Af en toe stellen ze ook een vraagje aan Paul.

De volgende sessie idem dito met Marleen. Die mag in geuren en kleuren uitweiden over haar Sigiswald, il giardino armonica en de muziek van Tartini.
Ze heeft het nog zwaarder dan Paul. Want niet alleen Maarten is kritischer geworden, maar ook Paul stelt nu vervelende vraagjes.
Wat is eigenlijk het nut Marleen, van al dat specialiseren en afstoffen.
Reinbert en Louis hoeven bijna geen duwtje meer te geven.

Zullen we eens luisteren naar een stukje wat we wel modern mogen noemen, stellen ze voor. En ze hebben niet het minst moderne, het meest toegankelijke voorgeschoteld.

hier kunt U het derde deel van de Sinfonia van Luciano Berio horen.
Berio gebruikt het Scherzo van Mahler’s Tweede Symfonie
In ruhig fließender Bewegung
om een rivier in een steeds veranderend landschap te schilderen:
een stroom van citaten van dode (beroemde) en levende (moderne) componisten

[
De vraag is natuurlijk, evenals bij klassiek en pop: bestaat er wel moderne muziek?
Wat Willem Breuker zei blijft ook hier waar: er is goeie en er is slechte muziek.
Ik moest uiteraard de naam van de componist noemen, zodat U zelf na kon gaan wanneer die geboren is: 1925.
Is het daarom moderne muziek? Heeft de man niet gewoon zijn vak op kundige wijze beoefend en dàt geschapen wat ie wilde scheppen: muziek?
Ik had hier ook Arvo Pärt kunnen laten horen. Maar dat is met straatlengte de meest uitgevoerde nog levende componist – mag je die dan nog modern noemen?
]

Nou ja, de drie waren onder de indruk.
Kunnen jullie nu aangeven wat je hierin wel of juist niet hoort, wat je bij Bach, of een andere beroemde componist, niet of juist wel hoort, vroeg Reinbert met zijn minst strenge gezicht.
Het is een beetje moeilijke vraag voor Maarten, Marleen en Paul. Ze komen er niet uit.

En nog een paar van die sessies, en ze zijn ongemerkt helemaal omgeturnd. Ze willen niet meer horen van barokspecialisten en Mozart sonates en Mahler symfonieën. Ze willen alleen nog maar praten over meelopende geluidsbanden van opstijgende vliegtuigen en kettingzagen … en vooral over Henri Brant en Kaija Saariaho en Gérard Grisey.

Zo had het kunnen gaan.
Helaas, zo is het niet gegaan. Reinbert heeft geen dwarsliggers bij hem thuis aan de keukentafel uitgenodigd. En dus is het getrompetter over Bach en Mozart en Wagner gebleven. En hun muziek wordt afgestoft, vernieuwd of versprankeld.
Veelvuldig. Door veel specialisten.
Denk daarbij aan barokspecialisten die ook de 19de eeuw nog eens dunnetjes over willen doen.

Wie nieuwere muziek wil horen moet de plaats kennen.
En de ure.

Van Egypte naar Bach

Een fresco met Sant'Antonio Abate in de aan hem opgedragen kerk in Padua

Een fresco met Sant’Antonio Abate in de aan hem opgedragen kerk in Padua

Er staat in Padua een kerkje, la chiesa di Sant’Antonio Abate, waar afgelopen zondagmiddag een orgelconcert werd gehouden. Het kerkje werd gebouwd in de dertiende eeuw en werd opgedragen aan Sant’Antonio Abate, de eerste kloosteroverste of abt die in Egypte rond de derde eeuw na Christus de eerste monniken om zich heen verzamelde. Hij wordt ook wel Sint Antonius van Egypte genoemd. Niet te verwarren met de bekende Sint Antonius van Padua die uit Portugal kwam en in 1231 in Padua overleed.

Achter het altaar in de apsis bevindt zich een fresco waarop Sant’Antonio Abate afgebeeld is en waarvan ik de foto hiernaast maakte.

 

Het orgel van dit kerkje werd in 2007 gebouwd naar de stijl van de orgelbouwer Arp Schnitger uit Hamburg. Het is in het bijzonder geschikt voor het uitvoeren van Buxtehude, zijn tijdgenoten en Bach staat er in de beschrijving.

Het programma van het orgelconcert bestond uitsluitend uit orgelwerken van Johann Sebastian Bach. Opvallend was het gebruik van het register voor fluit, waar een flink vibrato op gezet was. Dat was wel een erg storend geluid en geheel niet in overeenstemming met de nu gangbare opvattingen over het uitvoeren van barokmuziek. De organist, Ruggero Livieri, speelde, afgezien van deze vreemde keuze, erg goed. Hij speelde tot slot de bekende Toccata en Fuga in d mineur BWV 565 dat het orgel in zijn volle potentie liet horen. Het meest plezierige en interessante was de triosonate n. 3 in d mineur dat eindigde met een speels vivace. Bach schreef zes triosonates voor orgel. Maarten t’Hart schreef er in zijn boek ‘Johann Sebastian Bach’ het volgende over.

Voor wie al dat orgelgeweld met een plenum, uiteraard met mixturen erbij, te veel van het goede is, zijn er de zes

Orgel van de kerk van Sant'Antonio Abate

Orgel van de kerk van Sant’Antonio Abate

onvolprezen Triosonates BWV 525-300. Drie stemmetjes waarbij op het bovenklavier, het hoofdwerk en het pedaal van het orgel een verrukkelijk lichte, dansante wereld opgeroepen wordt. Ach, wat zijn dat toch onbegrijpelijk prachtige stukken. De mooiste is misschien de Vijfde Triosonate, met het openingsdeel waar Bach helemaal niet meer van ophouden weet, en met het beeldschone middendeel waarin hij zo verpletterend veel nootjes wist onder te brengen. Maar ook de Eerste Triosonate – wat een groot feest om daarnaar te luisteren (het was het eerste stuk dat ik bij mijn eerste orgelconcert te horen kreeg en ik was daarna zo aangedaan dat ik de rest nauwelijks in me heb opgenomen) of ze zelf te spelen en wat jammer dat die sonates zo beestachtig moeilijk zijn. Ik heb ze overigens vaak gespeeld met Hanneke. Die nam dan met haar dwarsfluit de bovenste stem voor haar rekening en mij viel het dan niet zwaar de beide onderstemmen te spelen. Had Bach alleen die Zes triosonates gecomponeerd, dan zou hij al veruit de grootste orgelcomponist zijn.

De bekendste is waarschijnlijk de eerste triosonate BWV 525 waarvan het eerste deel, het Allegro Moderato, hieronder beluisterd kan worden. In het eerste fragment speelt Ton Koopman op een orgel van Arp Schnitger in de Sint-Jacobikerk van Hamburg.

 

 

Zijn stijl is eerbiedig en wat langzamer dan de speelsere uitvoering van Peter Hurford die hieronder beluisterd kan worden. Van onderstaand fragment zijn de gegevens van het orgel niet beschikbaar. Het verschil in tempo en stijl heeft wellicht ook te maken met een lichter of zwaarder orgel of de registers die gebruikt worden.

 

 

Om weer terug te gaan naar Padua, daar spelen de fluitist Mario Folena en klavecinist Roberto Loreggian alle triosonates voor orgel van Bach op fluit en klavecimbel met oude instrumenten. Een aantal triosonates worden gespeeld op de flauto d’amore, een instrument dat door middel van een wisselbaar tussenstuk een kleine of een grote terts onder de gewone dwarsfluit in c kan spelen wat een zeer warme klank geeft. De kopie die hij gebruikt is die van een laat achttiende-eeuws instrument van Giovanni Panormo, gebouwd door Giovanni Tardino. De hele CD werd opgenomen in de prachtige abdij van Santa Maria in Carceri en is in zijn geheel hier op Spotify te beluisteren. Hieronder volgt opnieuw, ter vergelijking, het eerste deel van de eerste triosonate van Bach BWV 525.

 

 

Nu vroeg ik me af of er van de triosonates geen uitvoeringen bestaan voor fluit, viool en viola da gamba en/of cello en klavecimbel. Dat zou toch ook een prachtig resultaat kunnen opleveren. Leonardo bracht als voorbeeld van een mogelijk arrangement voor verschillende instrumenten het volgende deel van de vierde Triosonate mee, het andante, dat hier gespeeld wordt door The King’s consort, met als bezetting oboe d’amore, viola, theorbe, en kamerorgel.

 

 

 

 

Feestelijk kerstconcert con una nota di dolore

Ingang van het Liviano, la sala dei giganti

Ingang van het Liviano, la sala dei giganti

Omdat het binnenkort kerstfeest is volgt hier een kort verslag van een Kerstconcert in Padua dat afgelopen dinsdag 16 december in het Liviano, la sala dei Giganti werd gehouden. Daar speelde het Orchestra di Padova e del Veneto voor deze gelegenheid onder leiding van violist en solist Fabio Paggioro.

Zoals ik al vreesde werd het niet uitgevoerd op oude instrumenten. Ook de uitvoering van de barokmuziek verliep niet volgens de authentieke wijze en stijl uit die periode. Maar het was een genoegen weer in de mooie zaal te zitten met de zeer speciale akoestiek waar musici van heinde en verre voor komen om dat mee te maken. De zaal zat helemaal vol.

Op het programma stonden Locatelli, Manfredini, Tartini, Handel en J.S. Bach. Het feestelijkste gedeelte kwam natuurlijk met Bach aan het slot van het programma: het Concert in A mineur n.1 voor viool, strijkers en klavecimbel BWV1041.

Maar ook Tartini was erg bijzonder. De violist speelde heel vurig en virtuoos. Zo nu en dan speelde hij al stampend op het houten podium en haalde soms duidelijk hoorbaar ademen. Er knapte op een bepaald moment zelfs een snaar en hij was genoodzaakt van het podium te verdwijnen. Ondertussen kon men met verschrikking luisteren naar de vuilniswagens die beneden op het plein luidruchtig de grote vuilnisbakken aan het legen waren. Dit gebeurde ook tijdens het concert met Sigiswald Kuijken, tien dagen daarvoor (zie voorgaand blogbericht). Toen heeft men zelfs een pauze ingelast om te wachten tot dit brute lawaai zou stoppen.

Eindelijk kwam de solist weer op met een nieuwe snaar. Helaas kwam hij zonder bril en moest opnieuw de coulissen induiken om zijn bril te zoeken. Onder luid applaus kwam hij weer terug en de musici gingen verder waar ze gebleven waren.

Omdat Tartini’s Largo wel erg mooi was, volgt hier een video met de muziek en met foto’s van Padua. Hij was immers een violist en componist die lang in Padua geleefd en gewerkt heeft. In dit geluidsfragment speelt het orkest L’Arte dell’Arco onder leiding van Giovanni Guglielmo. Het stond op de CD die ik aan het eind van het vorige concert kocht (zie voorgaande blogbericht).

Voor de aardigheid staat er ook een plaatje van de partituur, met dat mooie loopje rood omlijnd.

Tartini-Largo

 

Op het origineel zou ook de volgende tekst te lezen zijn van de dichter Pietro Metastasio:

“A rivi, a fonti, a fiumi correte amare lagrime sin tanto che consumi l’acerbo mio dolor” wat betekent:

“Bittere tranen lopen in beken, in fonteinen en rivieren, totdat mijn intense pijn wordt geconsumeerd.”

Op het origineel dat ik vond was dit echter niet te zien.

Sigiswald Kuijken en Tartini in de sala dei giganti

bandera_italia

In Italiano: Sigiswald Kuiken tra i giganti

 

Concertprogramma

Concertprogramma

Afgelopen vrijdag was er een concert in Padua, de stad waar ik net buiten woon en waar ik jaren gewoond heb. Er waren veel goede redenen om er naar toe te gaan. Ten eerste zou daar Sigiswald Kuijken spelen. Hij gaf donderdag een master class aan het conservatorium van Padua, het ‘Cesare Pollini’. Een goed moment om daar een concert aan te verbinden. Ten tweede werd dit concert gehouden in de mooie zaal van het Liviano, ‘la sala dei giganti’. En ten derde was het helemaal gratis.

De weg naar het gebouw loopt door het centrum via de piazza dei Signori. Daar kom ik meestal overdag. Nu was het orologio mooi verlicht met blauwe lampen en met geprojecteerde sneeuwvlokken ook op de gevels.

Het programma bestond uit verschillende sonates en een concert van Giuseppe Tartini. Tartini leefde en werkte in Padua, waar hij ook begraven is in het kerkje Santa Caterina.

De zaal zat voor minder dan de helft vol, wat voor de musici wellicht een teleurstelling was. Ook zeer verbazend als je het niveau en de faam van de musici in acht neemt.

Het mooiste in dit programma was de solosonate voor viool met basso gespeeld door Sigiswald Kuijken op zijn violoncello da spalla (schoudercello).

 

Enkele foto's van het concert. Klik erop voor vergroting.

Enkele foto’s van het concert. Klik erop voor vergroting.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De foto’s van voor, tussen de delen door en na het concert, zijn niet goed gelukt. Gedurende het concert ging Sigiswald Kuijken veborgen achter de eerste violist. En tijdens het ‘duet’ met viool ging hij verscholen achter de muziekstandaard.

Op youtube (hieronder) zijn alle vier de delen van de mooiste sonate van die avond te beluisteren. Het is de Sonate XIV in sol maggiore per violino solo BG4. Op youtube wordt hij gespeeld door Luigi de Filippi. Of hij oorspronkelijk voor violino en basso geschreven werd, is me nog niet duidelijk. Deze sonate werd in elk geval erg mooi begeleid door Sigiswald Kuijken.

 

Op de foto van het invito hieronder is een viool van Giovanni Battista Guadagnini uit 1772 te zien. Op de achterkant staat een oude plattegrond van Padua uit 1784 die gemaakt is door Giovanni Valle. Duidelijk te ontwaren zijn het beroemde plein Prato della Valle, la chiesa di Santa Giustina en de oude stadsmuren.

viool Guadagnini met plattegrond van Padova (fotomontage)

Uitnodiging voor het concert met een viool van de bouwer Guadagnini met plattegrond van Padova (fotomontage?)

In de volgende video vertelt Luigi de Filippi wat meer over Tartini.

de piano van je grootmoeder *)

Wat hoort U liever, de aria van Joplin Oh Lord, will you buy me a Mercedes Benz, door Janis Joplin zelf a cappella gezongen, of Bach’s niet uit het staande repertoire weg te denken schlager Erbarme dich, waarvan we rond iedere Pasen moeten horen dat dat de mooiste aria is ooit gecomponeerd, en die door honderden op plaat/cd is gezet.
Overigens, ook the song van Joplin kun je terugvinden in de discografie van niet de minste uitvoerende kunstenaars, vaak met instrumentale ondersteuning.

Ik herinner mij Maarten ’t Hart, op een zondagmorgen op bezoek bij Han Reiziger, het VPRO programma Reiziger in muziek. ’t Hart ging achter de piano zitten en speelde psalm 43. Op hele noten, terwijl Lieuwe Visser, de bas, een strofe van die psalm zong.
Zwartekousenkerkmuziek.
Of, gewoon, muziek?

Willem Breuker had wellicht antwoord kunnen geven. Maar Willem Breuker is dood. Hij heeft ons wel de wijsheid nagelaten dat er geen klassieke en andere muziek is, alleen goede en slechte, maar heeft verzuimd aan te geven wat dan het kenmerk is waaraan goede muziek herkend kan worden.
Breuker heeft wel de daad bij het woord gevoegd door de Prelude in c minor van Rachmaninoff, ook zo’n klassieke tophit, voor zijn eigen Willem Breuker Kollektief te bewerken en aan het repertoire toe te voegen.

Over smaak valt niet te twisten. Maar ik zou best een boom op willen zetten over wat er nu echt mooi is aan de Mattheus. Ik heb wel mensen op bezoek gehad die zeiden dat ze de Mattheus schitterend … prachtig prachtig prachtig … vonden. Ik vroeg dan: zal ik hem opzetten (er is geen mens die niet weet wat met de Mattheus bedoeld wordt) . En nadat ik dat gedaan had, hoorde ik: is dat de Mattheus? Dat bedoel ik niet. Als ik dan achter de piano ging zitten en de eerste maten van O Haupt voll Blut und Wunden speelde kreeg ik dezelfde reactie als Salieri van die priester in Amadeus (the movie): yes I know that, that’s charming.

Karel van het Reve meende dat de schoonheid – ik denk dat hij bedoelde: de appreciatie – van een muziekstuk gelegen was in een enkel mooi akkoord, dat prachtig aansloot bij de samenklank die er onmiddellijk aan voorafging, en spannende verwachtingen opriep voor dat wat er onmiddellijk op volgde.

Ik wil daar wel een beetje bij aanhaken, en hier een lans breken voor de idee dat het met muziek is als met een passend gebaar, een juist woord op het juiste moment gevonden, waar je als mens een goed gevoel van krijgt. Een herinnering die opgeroepen wordt, een reminiscentie die deugd doet, en die dan als herinnering van de herinnering een eigen leven gaat leiden.

Ik woonde de begrafenis van een te vroeg overleden collega bij. Hij was lid van de harmonie of fanfare in zijn dorp. Op enig moment zetten, tijdens de rouwdienst, vier blazers achterin de kerk de melodie Herzliebster Jesu, was hast du verbrochen in. En ik zat weer, als klein jongetje op de stoep voor ons huis. In de Voorstraat van ons dorp speelde de christelijke fanfare Soli Deo Gloria een koraal.
Ik kon ze niet zien. Tussen mijn ouderlijk huis en de muziektent in de Voorstraat stond een grote kerk (“grote” kerk, voor een klein jongetje). Maar de klanken van die fanfare kwamen over die grote kerk aanwaaien. Prachtig.
Die herinnering aan het moment van herinnering geeft de muziek weer iets extra’s.

Haal ik die herinneringen dan op?
Luister ik naar het soort muziek dat die herinneringen oproept?
Ik zal U maar eerlijk bekennen: ik ben van de tijd van The Beatles … en ik heb niks met The Beatles. Ik heb eigenlijk niks met popmuziek.
Ik ben opgegroeid met het orgel. Onder één dak met kerkorganisten. Vooral: onder het kerkorgel.
Uiteraard Bach. Caesar Franck. Maar bovenal: psalmen en Eenige gezangen.
En, ik zou nu kunnen zeggen: ik kan er niks aan doen – maar ik wil er ook helemaal niks aan doen … die psalmen en gezangen vormen een deel van mijn muzikale geheugen.

Zo heb ik hier, tussen al mijn platen en cd’s … alleen goede muziek natuurlijk, geen popmuziek, ha ha … nou ja, een beetje jazz en ook nog wel fado’s, ook religieueze (geen geestelijke!) muziek, van Messiaen en Liszt – oh nee, dat hoort bij de goede muziek, want uitgevoerd door Reinbert de Leeuw, daar kan niks mis mee wezen … nou goed, ik heb hier de cd O God, thou art my God – subtitel: Psalms and Psalm settings in the Anglican tradition. [Voordat U van schrik wegloopt: degelijke componisten, te goeder naam en faam bekend, zoals William Byrd, Henry Purcell, en Thomas Attwood – leerling van Mozart! – hebben hiervoor getekend. Wacht, ik zal U een compositie laten horen van Ralph Vaughan Williams: Lord, Thou hast been our refuge.]


St. John’s College Choir zingt hier in een Hollandse kerk, de Allemanskerk in Oudkarspel

Wie bekend is met onze joods-christelijke worteltjes zal als een van de melodielijnen O God die droeg ons voorgeslacht herkend hebben, in het land van de componist bekend als St. Anne hymn.

Wie bekend is met het orgelwerk van Bach zal onmiddellijk het thema van de fuga bwv 552,2 herkend hebben, vroeger ook wel bekend als St. Anne Fugue.

Volgens de huidige, heersende opvatting is het puur toeval dat het thema van Bach en het begin van the St. Anne hymn gelijk zijn. Bach zou die Engelse melodie, van William Croft, niet gekend hebben.
Ik waag dat te betwijfelen. De melodie stamt uit 1708. Handel heeft Croft’s melodie gebruikt in één van zijn anthems. We schrijven dan 1718. Bach heeft z’n leven lang Handel willen ontmoeten, en heeft daartoe ook een paar pogingen ondernomen. Bach lette op. In de woorden van Christoph Wolff: … he set himself on a course distinct from that of peers like Telemann and Handel – but without ever losing interest in what they were doing.
Om de naam St. Anne Fugue in ere te herstellen hier bwv 552,2: een fuga van Johan Sebastiaan Bach in Es dur, op een anthem van George Frederic Handel, die dat op zijn beurt weer geleend heeft van William Croft.


deze opname is van Ton Koopman

Jammer dat Breuker niet de tijd heeft gekregen om daar een bewerking van te maken voor zijn Kollektief; had ik graag meegemaakt.

Mooie cd met mooie muziek, die van St. John’s Choir bedoel ik. Een cd die mij niet liever is, maar ook niet minder lief dan de cd Sensemayá van het Willem Breuker Kollektief.
De recensent vond het maar niks, en sneerde aan het eind van zijn bespreking: Nou ja, menig gelovige zal na het beluisteren van deze CD zeer gesticht zijn.
Ik waag het er op om U toch nog iets te laten horen van die cd. Iets dat ik mooi vind. Het is van de hierboven genoemde Attwood.


Turn thy face from my sins, nogmaals St. John’s College Choir, opnieuw in de Allemanskerk

Wie de gedachte niet kan verdragen dat ie naar psalmmuziek luistert, moet maar denken dat hij luistert naar zoiets als Laudate Dominus Omnes Gentes, kv 339, dus van de leermeester zelf, Mozart. Ook een psalm die getoonzet is, #117, maar dat zeggen de booklets er niet altijd bij.
Ik heb daarvan een wonderbaarlijk mooie uitvoering door Cecilia Bartoli. En ik moet nog meemaken dat een recensent zijn bespreking daarvan zou eindigen met een opmerking over gelovigen en gesticht worden.

*) de titel van deze post is ontleend aan een uitspraak van een Engelse musicus, nu lang geleden, die meende dat voor de ontwikkeling van iemands muzikale gevoel the tuning of Granny’s piano is of enormous importance