Home » 2015 » februari

Monthly Archives: februari 2015

onrustversluierende vrolijkheid

Vanmorgen komt mijn Italiaanse buurvrouw, die violiste is bij la Filarmonica di Perugia mijn huis binnen stormen, zelfs zonder de bij Italianen volkomen overbodige maar zeer gebruikelijke vraag – teken van beschaving – permesso.

Leonardo, valt ze met de deur in huis. Zeer verontwaardigd vertelt ze van nieuwe bezuinigingen. Op z’n Italiaans, ieder argument drie keer herhalen en veel gebaren. En als ze dan ook nog verontwaardigd zijn word je meegesleurd in hun emoties en is elke logica zoek. Wat ik er uit op kon maken was dit.
Voortaan worden in orkesten slechts nog violisten uitgenodigd via een duobaan. Die violisten worden dan geacht samen één viool te bespelen waardoor op twee manieren de loonkosten bezuinigd worden. Minder uur per violist en de violisten stellen lagere eisen want hoeven maar één instrument aan te schaffen.

Ik kon mijn oren niet geloven.
Maar het werd nog erger. Haar man is fluitist in dat orkest, dus ze had voorgesteld om samen met hem een duobaan te nemen.
Dat mocht niet. Ze moesten maar wat aan hun samenlevingsvorm doen, zodat haar man met een fluitiste samen kon en zij moest maar een leuke violist zoeken, dan kon ze een duocontract krijgen.

In tranen.
Ik kalmeerde haar met de belofte dat ik zou kijken wat ik kon doen. De volgende dag reisde ik al vroeg af naar Milano en meldde mij bij de burelen van de Scala.
Vittorio Sgarbi deed mij zelf open.
Ik weet niet of U Sgarbi kent, maar dat is een uiterst charmante, beminnelijke man, die veel met kunst heeft en daar ook wat in de melk mag brokkelen. Maar de Italiaan in de straat noemt hem een fannullone, wat je zou kunnen vertalen met nietsnut, maar iets meer respect heeft, want Italianen hebben wel sympathie voor iemand die met niks doen toch geld binnen sleept. Niksdoener dus.

Ik vertel wat ik kom doen, in mijn beste Italiaans, wat niet genoeg is voor zo’n eloquente man als Sgarbi, maar zoals gezegd, de man is zeer beminnelijk dus luistert geduldig naar de reden van mijn komst. Als ik er dan aan toe kom om te pleiten voor mijn buurvrouw onderbreekt hij me.
Beh … è giusto.
Als een Italiaan van iets zegt giusto is dat meer dan correct, of heel goed. Dan weet je dat er sprake is van grote rechtvaardigheid.
Dus ik begin ook met beh … om daar iets anders giusto tegenover te stellen. Maar ik kom niet ver.

Luister, zegt hij. Dit is nog maar het begin. We hebben inmiddels een aantal moderne componisten – Luigi Nono per esempio – gevraagd stukken te schrijven waarin dan de ene violist, dan de andere een stukje speelt. Kunnen ze ook met één viool toe, dus dat betekent vier violisten die met één viool een duobaan kunnen vormen, en dan gaan de loonkosten nog meer omlaag. Ik heb het plan voorgelegd aan minister Klompé, en die is bereid die componisten dit jaar subsidie te geven, als ik volgend jaar de bezuinigingen realiseer.

Eccola, gaat allemaal in orde komen Leonardo, zegt ie met zijn meest charmante glimlach en legt zijn hand op mijn schouder. Zo bonjourt ie mij de deur weer uit.

Zo kon ik natuurlijk niet bij buurvrouw terugkomen, met lege handen … hoogste tijd om wakker te worden.
Maar ik werd niet wakker in mijn bedje, nee ik stond op de trap naar mijn vleugel te kijken. Vermoedelijk ben ik in mijn droom uit bed gestapt, ik die nog nooit geslaapwandeld heb, zo bezorgd moet ik zijn geweest of mijn instrument er nog wel stond.

Eigenlijk best wel een vrolijke droom … maar er blijft iets knagen.

nou ja, luister maar naar Radu Lupu en Murray Perahia
opname uit de tijd dat iedere concertzaal zijn eigen vleugel nog had
en Lupu en Perahia zich thuis nog een privé vleugel konden permitteren

Is het eigenlijk wel netjes om daar nu naar te luisteren. Zouden de componisten dit soort muziek geschreven hebben voor arme mensen die niet allemaal een eigen piano konden betalen?

En ineens slaat de schrik me om het hart. Als in een visioen zie ik de volgende bezuinigsronde voor me.
Zoiets als bij de ziekenhuizen.
In De Doelen in Rotterdam alleen nog pianoconcerten, en het Amsterdamse Concertgebouw uitsluitend de symfonieën. Dat zal op z’n minst een paar vleugels uitsparen.

 

Advertenties

uno strumento molto particolare

Conoscete Mario Tobino?
Non è un musicista. Più meno un compositore.
E uno scrittore.
Sa come raccontare una storia.
Ha scritto un romanzo: PER LE ANTICHE SCALE
Racconta delle cose che succedono dentro la cerchia delle mura, un vecchio castello trasformato in un istituto psichiatrico.
Sono storie su “i condomini” di un manicomio.
Parla il dottor Anselmo.
Uno di queste storie racconta di uno strumento molto particolare.
Una storia che ho voglia di raccontare.

lo strumento dalla voce umana

Un dopopranzo scendeva Anselmo le antiche scale quando da un lungo corridoio – che aveva sul fianco una fuga di porte – gli arrivò un suono umano, una musica, non di violino, né di pianoforte o chitarra, ma di uno strumento della musica moderna, del jazz, gli arrivò l’umana voce del sassofono, quello speciale clarinetto argentato a forma di molle snodo di serpente.
Si avvicinò cautamente a dove proveniva quel suono.

Seduto sull’unica sedia di una stanzetta, le pareti nude, un malato stava soffiando sullo strumento.
Aveva la barba, il volto magro, scarniti negli zigomi. Chissà perché si ricordò Anselmo quel personaggio di Stendhal, il poeta Ferrante Palla che fugge per gli intricati boschi.

Quell’uomo sparuto continuava a trarre suoni dallo strumento. Era come invitasse a un tu per tu, sciogliesse ogni sua confidenza, si confessasse, come dicesse: “Questa voce tesa, questo lungo acuto, è per far intendere l’ira che ebbi un giorno mentre ero innamorato di una mia ragazza bionda. Ed ora, con questa lenta modulazione, muovendo in piccolo onda il sassofono, mi chiedo se ero corrisposto. Adesso sto mimando la civetteria femminile, quanto affascinante.”

Aveva il Meschi, quel malato che soffiava nell’argentato sassofono, dei movimenti con la testa e il tronco che richiamavano i delfini quando si alzano bambinescamente dalle onde oppure veniva in mente un dolce poeta ebbro.
La barba era riccioluta con dei riflessi di rame. Le membra dovevano essere armoniosi, agili.

Quello però che davvero affascinava il dottore in ascolto, lo psichiatra Anselmo, era la lucidità della musica, un vero discorso, un eloquio proveniente dal senno e che per i più toccava il cuore; una musica che arrivava a spiegare le sfumature, il passaggio di sottili sentimenti, una bandiera di seta al sole, un damasco esposto al tramonto.

“Che stia spiegando il suo segreto? La storia della sua anima?” si domandò Anselmo. “Che ora stia aggiungendo, con piangente eloquenza: Perché, perché non mi capite?”

Non ho un esempio del sassofono nella mia collezione di musica.
Ma, un post senza musica non è un post …

… sapete, che possiamo fare?
Ho pensato al violoncello.

Qui c’è un pezzo a solo del violoncello.
Ascoltate una volta, solo una volta.
Non memorizzare.
Lasciatevi ispirare per sentire quel suono, che proviene da quella stanzetta nel manicomio, quella voce umana che non è umana … ma che è, più che altre voci, molto umana.

senti quella musica per violoncello solo

Perché, perché non mi capite?.

Een portret van de gebroeders Kuijken

Leonardo zei het al met wat plagerij in zijn voorgaande bericht. Ik ben al tientallen jaren een groot fan van de gebroeders Kuijken. Nu kwam ik gisteren de volgende documentaire tegen. Deze is voor musici van groot belang. Niet alleen omdat het hier om Barthold, Sigiswald en Wieland Kuijken gaat, maar ook omdat het leuk is meer over de jeugd en het begin van hun carrière te horen en omdat ze veelvuldig aangeven waar het bij muziek maken werkelijk om gaat.

Sigiswald Kuijken zegt bijvoorbeeld op een zeker moment (minuut 24):

Als je musicus bent, ben je niet degene die zijn ego moet tentoonstellen, met behulp van al die mooie stukken die de componisten hebben geschreven in het verleden. Dat kan je doen, als je dat echt wilt, maar dan ben je wel een ijdeltuit vind ik. Dat kan heel talentvol zijn, maar dat is toch een houding die ik niet leuk vind. Je gaat niet Bach en Mozart gebruiken om je eigen talent te laten schitteren. Speel dan liever Kreisler en de dingen die daar meer voor gemaakt zijn. Dat is dan leuk. Maar met de hele fantastische diepzinnige en soms hele eenvoudige genieën als Mozart of Bach toch kunnen zijn, daar moet je vind ik met schroom mee om gaan. Dus je staat dan ten dienste vind ik, wat niet wil zeggen dat je niet creatief moet zijn, maar je moet proberen uit te maken wat deze mensen hebben gedaan, waar hebben ze het vandaan gehaald, wat hebben ze willen zeggen met wat ze daar schreven en daar moet je geen jota aan toevoegen, je moet daar niet teveel aan zitten prutsen, van ik ga dat even interessant maken en zo, of ‘interpreteren’. Ik heb al sinds een aantal jaren de onhebbelijkheid om te zeggen dat ik het woord ‘interpretatie’ niet meer wil hebben omdat ik veel liever praat over ‘realisatie’. We moeten de partituren realiseren. Dat is niet objectief, maar het zijn wel die partituren en geen andere dingen, maar het zijn wel wij die het doen. Dus het gevaar dat je te objectief bent bestaat nauwelijks.

Misschien dat ik vroeger al een documentaire over hem gezien heb, maar dat hij deze manier van muziek beoefenen voorstond wist ik al, en waarschijnlijk velen met mij. Daar kunnen heel wat musici nog steeds iets van leren, want teveel virtuositeit en gekunstelde interpretatie is in sommige uitvoeringen nog immer hoorbaar. Zijn manier van muziek maken straalt hij gedurende zijn concerten inderdaad ook uit.

De film is gemaakt door Daniël Brüggen, docent blokfluit en oude muziek aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, Hij is ook filmmaker en regisseur.