Home » componisten » de piano van je grootmoeder *)

de piano van je grootmoeder *)

Wat hoort U liever, de aria van Joplin Oh Lord, will you buy me a Mercedes Benz, door Janis Joplin zelf a cappella gezongen, of Bach’s niet uit het staande repertoire weg te denken schlager Erbarme dich, waarvan we rond iedere Pasen moeten horen dat dat de mooiste aria is ooit gecomponeerd, en die door honderden op plaat/cd is gezet.
Overigens, ook the song van Joplin kun je terugvinden in de discografie van niet de minste uitvoerende kunstenaars, vaak met instrumentale ondersteuning.

Ik herinner mij Maarten ’t Hart, op een zondagmorgen op bezoek bij Han Reiziger, het VPRO programma Reiziger in muziek. ’t Hart ging achter de piano zitten en speelde psalm 43. Op hele noten, terwijl Lieuwe Visser, de bas, een strofe van die psalm zong.
Zwartekousenkerkmuziek.
Of, gewoon, muziek?

Willem Breuker had wellicht antwoord kunnen geven. Maar Willem Breuker is dood. Hij heeft ons wel de wijsheid nagelaten dat er geen klassieke en andere muziek is, alleen goede en slechte, maar heeft verzuimd aan te geven wat dan het kenmerk is waaraan goede muziek herkend kan worden.
Breuker heeft wel de daad bij het woord gevoegd door de Prelude in c minor van Rachmaninoff, ook zo’n klassieke tophit, voor zijn eigen Willem Breuker Kollektief te bewerken en aan het repertoire toe te voegen.

Over smaak valt niet te twisten. Maar ik zou best een boom op willen zetten over wat er nu echt mooi is aan de Mattheus. Ik heb wel mensen op bezoek gehad die zeiden dat ze de Mattheus schitterend … prachtig prachtig prachtig … vonden. Ik vroeg dan: zal ik hem opzetten (er is geen mens die niet weet wat met de Mattheus bedoeld wordt) . En nadat ik dat gedaan had, hoorde ik: is dat de Mattheus? Dat bedoel ik niet. Als ik dan achter de piano ging zitten en de eerste maten van O Haupt voll Blut und Wunden speelde kreeg ik dezelfde reactie als Salieri van die priester in Amadeus (the movie): yes I know that, that’s charming.

Karel van het Reve meende dat de schoonheid – ik denk dat hij bedoelde: de appreciatie – van een muziekstuk gelegen was in een enkel mooi akkoord, dat prachtig aansloot bij de samenklank die er onmiddellijk aan voorafging, en spannende verwachtingen opriep voor dat wat er onmiddellijk op volgde.

Ik wil daar wel een beetje bij aanhaken, en hier een lans breken voor de idee dat het met muziek is als met een passend gebaar, een juist woord op het juiste moment gevonden, waar je als mens een goed gevoel van krijgt. Een herinnering die opgeroepen wordt, een reminiscentie die deugd doet, en die dan als herinnering van de herinnering een eigen leven gaat leiden.

Ik woonde de begrafenis van een te vroeg overleden collega bij. Hij was lid van de harmonie of fanfare in zijn dorp. Op enig moment zetten, tijdens de rouwdienst, vier blazers achterin de kerk de melodie Herzliebster Jesu, was hast du verbrochen in. En ik zat weer, als klein jongetje op de stoep voor ons huis. In de Voorstraat van ons dorp speelde de christelijke fanfare Soli Deo Gloria een koraal.
Ik kon ze niet zien. Tussen mijn ouderlijk huis en de muziektent in de Voorstraat stond een grote kerk (“grote” kerk, voor een klein jongetje). Maar de klanken van die fanfare kwamen over die grote kerk aanwaaien. Prachtig.
Die herinnering aan het moment van herinnering geeft de muziek weer iets extra’s.

Haal ik die herinneringen dan op?
Luister ik naar het soort muziek dat die herinneringen oproept?
Ik zal U maar eerlijk bekennen: ik ben van de tijd van The Beatles … en ik heb niks met The Beatles. Ik heb eigenlijk niks met popmuziek.
Ik ben opgegroeid met het orgel. Onder één dak met kerkorganisten. Vooral: onder het kerkorgel.
Uiteraard Bach. Caesar Franck. Maar bovenal: psalmen en Eenige gezangen.
En, ik zou nu kunnen zeggen: ik kan er niks aan doen – maar ik wil er ook helemaal niks aan doen … die psalmen en gezangen vormen een deel van mijn muzikale geheugen.

Zo heb ik hier, tussen al mijn platen en cd’s … alleen goede muziek natuurlijk, geen popmuziek, ha ha … nou ja, een beetje jazz en ook nog wel fado’s, ook religieueze (geen geestelijke!) muziek, van Messiaen en Liszt – oh nee, dat hoort bij de goede muziek, want uitgevoerd door Reinbert de Leeuw, daar kan niks mis mee wezen … nou goed, ik heb hier de cd O God, thou art my God – subtitel: Psalms and Psalm settings in the Anglican tradition. [Voordat U van schrik wegloopt: degelijke componisten, te goeder naam en faam bekend, zoals William Byrd, Henry Purcell, en Thomas Attwood – leerling van Mozart! – hebben hiervoor getekend. Wacht, ik zal U een compositie laten horen van Ralph Vaughan Williams: Lord, Thou hast been our refuge.]


St. John’s College Choir zingt hier in een Hollandse kerk, de Allemanskerk in Oudkarspel

Wie bekend is met onze joods-christelijke worteltjes zal als een van de melodielijnen O God die droeg ons voorgeslacht herkend hebben, in het land van de componist bekend als St. Anne hymn.

Wie bekend is met het orgelwerk van Bach zal onmiddellijk het thema van de fuga bwv 552,2 herkend hebben, vroeger ook wel bekend als St. Anne Fugue.

Volgens de huidige, heersende opvatting is het puur toeval dat het thema van Bach en het begin van the St. Anne hymn gelijk zijn. Bach zou die Engelse melodie, van William Croft, niet gekend hebben.
Ik waag dat te betwijfelen. De melodie stamt uit 1708. Handel heeft Croft’s melodie gebruikt in één van zijn anthems. We schrijven dan 1718. Bach heeft z’n leven lang Handel willen ontmoeten, en heeft daartoe ook een paar pogingen ondernomen. Bach lette op. In de woorden van Christoph Wolff: … he set himself on a course distinct from that of peers like Telemann and Handel – but without ever losing interest in what they were doing.
Om de naam St. Anne Fugue in ere te herstellen hier bwv 552,2: een fuga van Johan Sebastiaan Bach in Es dur, op een anthem van George Frederic Handel, die dat op zijn beurt weer geleend heeft van William Croft.


deze opname is van Ton Koopman

Jammer dat Breuker niet de tijd heeft gekregen om daar een bewerking van te maken voor zijn Kollektief; had ik graag meegemaakt.

Mooie cd met mooie muziek, die van St. John’s Choir bedoel ik. Een cd die mij niet liever is, maar ook niet minder lief dan de cd Sensemayá van het Willem Breuker Kollektief.
De recensent vond het maar niks, en sneerde aan het eind van zijn bespreking: Nou ja, menig gelovige zal na het beluisteren van deze CD zeer gesticht zijn.
Ik waag het er op om U toch nog iets te laten horen van die cd. Iets dat ik mooi vind. Het is van de hierboven genoemde Attwood.


Turn thy face from my sins, nogmaals St. John’s College Choir, opnieuw in de Allemanskerk

Wie de gedachte niet kan verdragen dat ie naar psalmmuziek luistert, moet maar denken dat hij luistert naar zoiets als Laudate Dominus Omnes Gentes, kv 339, dus van de leermeester zelf, Mozart. Ook een psalm die getoonzet is, #117, maar dat zeggen de booklets er niet altijd bij.
Ik heb daarvan een wonderbaarlijk mooie uitvoering door Cecilia Bartoli. En ik moet nog meemaken dat een recensent zijn bespreking daarvan zou eindigen met een opmerking over gelovigen en gesticht worden.

*) de titel van deze post is ontleend aan een uitspraak van een Engelse musicus, nu lang geleden, die meende dat voor de ontwikkeling van iemands muzikale gevoel the tuning of Granny’s piano is of enormous importance

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Our youtube channel

link
Follow on WordPress.com

Voer je e-mailadres in om deze blog te volgen en om per e-mail meldingen over nieuwe berichten te ontvangen.

Doe mee met 4 andere volgers

%d bloggers liken dit: