Home » 2014 » december

Monthly Archives: december 2014

engelkens door het luchtruim zwevend

Ik moet het als heel klein ukkie, nog haast een baby, gehoord hebben. Een lied dat verhaalde van engelen, zwevend door het luchtzwerk, die zongen dat er een kindje geboren was. Terwijl ik in mijn wieg lag. Mijn oudste broer zal op het orgel gespeeld hebben. Mijn ouders en broers en zusjes zullen het gezongen hebben.
Gloria in excelsis Deo.

Muziek en kosmos.
Harmonie der sferen.

Het is een onderwerp dat in de vroege tijden vaak terugkomt, niet alleen wanneer de muziek religieus of filosofisch benaderd wordt: de muziek op aarde is een nabootsing van de muziek van de planeten, het geluid dat door de planeten veroorzaakt wordt – de tonen worden ook vernoemd naar de planeten.
Zeven zijn dat er dan, inclusief maan en zon.

Kan daarin de basis gelegen zijn van ons zeventoons systeem?

Onze eigen Joan Albert Ban (16de eeuw) zag in muziek een zielroerende kracht … wat een ziel veronderstelt, iets dat zich buiten het lichaam aan onze waarneming onttrekt. Vermoedelijk leunde hij daarbij op Plato die de Wereldziel, wel of niet aan waarneming onttrokken, in harmonische intervallen verdeelde.

Maar, hoe ouder ik ook werd, muziek uit de hemel heb ik nooit gehoord. Jawel, er zal door de zieltjes in het hiernamaals druk gehallelujaad worden. Maar, hoe vaak ik inmiddels ook Kerst heb gevierd, ik heb nog nooit een engeltje zien vliegen, laat staan zingen.

Je kunt aan de big bang denken. Zoiets als de gongman van the Rank Organisation. De man die onze aandacht vraagt, aan het begin van onze eigen film, het verhaal van de opkomst van de mensheid.
Maar ik geloof niet zo in de big bang. Als fenomeen acht ik het mogelijk … maar als oerzaak?
Ik zie het uitdijen van het heelal als een gevolg op een inkrimpen, als een gevolg op een uitdijen, als een gevolg … Denk aan een trekharmonica, waarop dit liedje wordt gespeeld.

mj_arnemuiden_txt

We bevinden ons nu, afhankelijk van de techniek van de kosmische bespeler, in het tijdperk van de òòòòòòòòò van klok, of de uuuuuuuiiiiiii van Arnemuiden, als een minuscuul bewonertje van een minuscuul elementje van een minuscuul stofje, ergens aan de periferie van de blaasbalg van deze enorme accordeon, die voor ons een universum is.
Het uitdijen en ineenschrompelen van ons universum, begeleid door volksliedjes … ook wel een idee.

Nikomachos heeft de notie van klinkende planeten voor ons bewaard in een geschrift. Anderen hebben het overgeleverd, er op voortgeborduurd, of er eigen inzichten aan toegevoegd, zoals de betekenis van de dierenriem voor ons toonsysteem.

Er zullen er niet veel meer zijn, denk ik, die nog geloven dat wij de muziek uit de hemel hebben gekregen. Maar toch, waar komt de muziek dan vandaan?
Twijfel knaagt. Wat was de smid geweest zonder Prometheus. Aan wie zal de grote toonsmid Bach, namens alle toonsmeden, schatplichtig zijn.

Waarom hebben wij een zeventoons-systeem? (Er zijn andere systemen. En waarom zegt een artikel in Wiki: een pentatonische toonladder bestaat uit vijf tonen […] waarbij twee tonen binnen het octaaf zijn verzwegen.) [accent LdG]
Waarom heeft een octaaf op een klavier acht witte en vijf zwarte toetsen. (Er zijn andere voorstellen gedaan – en gerealiseerd!)
Waarom zijn er nog dissonanten (als er al even zo vele dissonanten zijn afgeschaft) en oorlog voeren zo verheerlijkt wordt en geheroïseerd is dat je historisch gesproken eigenlijk niet echt meer van dissonantie als bewustmaker mag spreken?

Nu Leonardo gepensioneerd is, heeft ie tijd zat om terug te keren naar zijn geboortedorp … waar hij nog geen Leonardo heette, laat staan Leonardino, maar waar hij als klein jongetje wel achter de muziek aan liep, zonder weet van toonsystemen of pythagoreïsche komma, of van de wolfskwint – of het moest zijn omdat die kwistig en lustig rondgestrooid werden door langstrekkende petite bandes … tijd zat dus om uit te zoeken waar de muziek vandaan komt.

En over de lange weg, die vanuit het niets naar het dorp komt, en vanuit het dorp naar een volgend niets gaat, komt de fanfare aangemarcheerd.
En daar gaat de kleine Leonardino …

…. met de muziek mee.
De blazers uithoren over waar ze vandaan komen, en waar ze heen gaan – volgens mij is dat dé manier om iets uit te vinden over de oorsprong van de muziek, en over waar het heen zal gaan.

 

Advertenties

Feestelijk kerstconcert con una nota di dolore

Ingang van het Liviano, la sala dei giganti

Ingang van het Liviano, la sala dei giganti

Omdat het binnenkort kerstfeest is volgt hier een kort verslag van een Kerstconcert in Padua dat afgelopen dinsdag 16 december in het Liviano, la sala dei Giganti werd gehouden. Daar speelde het Orchestra di Padova e del Veneto voor deze gelegenheid onder leiding van violist en solist Fabio Paggioro.

Zoals ik al vreesde werd het niet uitgevoerd op oude instrumenten. Ook de uitvoering van de barokmuziek verliep niet volgens de authentieke wijze en stijl uit die periode. Maar het was een genoegen weer in de mooie zaal te zitten met de zeer speciale akoestiek waar musici van heinde en verre voor komen om dat mee te maken. De zaal zat helemaal vol.

Op het programma stonden Locatelli, Manfredini, Tartini, Handel en J.S. Bach. Het feestelijkste gedeelte kwam natuurlijk met Bach aan het slot van het programma: het Concert in A mineur n.1 voor viool, strijkers en klavecimbel BWV1041.

Maar ook Tartini was erg bijzonder. De violist speelde heel vurig en virtuoos. Zo nu en dan speelde hij al stampend op het houten podium en haalde soms duidelijk hoorbaar ademen. Er knapte op een bepaald moment zelfs een snaar en hij was genoodzaakt van het podium te verdwijnen. Ondertussen kon men met verschrikking luisteren naar de vuilniswagens die beneden op het plein luidruchtig de grote vuilnisbakken aan het legen waren. Dit gebeurde ook tijdens het concert met Sigiswald Kuijken, tien dagen daarvoor (zie voorgaand blogbericht). Toen heeft men zelfs een pauze ingelast om te wachten tot dit brute lawaai zou stoppen.

Eindelijk kwam de solist weer op met een nieuwe snaar. Helaas kwam hij zonder bril en moest opnieuw de coulissen induiken om zijn bril te zoeken. Onder luid applaus kwam hij weer terug en de musici gingen verder waar ze gebleven waren.

Omdat Tartini’s Largo wel erg mooi was, volgt hier een video met de muziek en met foto’s van Padua. Hij was immers een violist en componist die lang in Padua geleefd en gewerkt heeft. In dit geluidsfragment speelt het orkest L’Arte dell’Arco onder leiding van Giovanni Guglielmo. Het stond op de CD die ik aan het eind van het vorige concert kocht (zie voorgaande blogbericht).

Voor de aardigheid staat er ook een plaatje van de partituur, met dat mooie loopje rood omlijnd.

Tartini-Largo

 

Op het origineel zou ook de volgende tekst te lezen zijn van de dichter Pietro Metastasio:

“A rivi, a fonti, a fiumi correte amare lagrime sin tanto che consumi l’acerbo mio dolor” wat betekent:

“Bittere tranen lopen in beken, in fonteinen en rivieren, totdat mijn intense pijn wordt geconsumeerd.”

Op het origineel dat ik vond was dit echter niet te zien.

Sigiswald Kuijken en Tartini in de sala dei giganti

bandera_italia

In Italiano: Sigiswald Kuiken tra i giganti

 

Concertprogramma

Concertprogramma

Afgelopen vrijdag was er een concert in Padua, de stad waar ik net buiten woon en waar ik jaren gewoond heb. Er waren veel goede redenen om er naar toe te gaan. Ten eerste zou daar Sigiswald Kuijken spelen. Hij gaf donderdag een master class aan het conservatorium van Padua, het ‘Cesare Pollini’. Een goed moment om daar een concert aan te verbinden. Ten tweede werd dit concert gehouden in de mooie zaal van het Liviano, ‘la sala dei giganti’. En ten derde was het helemaal gratis.

De weg naar het gebouw loopt door het centrum via de piazza dei Signori. Daar kom ik meestal overdag. Nu was het orologio mooi verlicht met blauwe lampen en met geprojecteerde sneeuwvlokken ook op de gevels.

Het programma bestond uit verschillende sonates en een concert van Giuseppe Tartini. Tartini leefde en werkte in Padua, waar hij ook begraven is in het kerkje Santa Caterina.

De zaal zat voor minder dan de helft vol, wat voor de musici wellicht een teleurstelling was. Ook zeer verbazend als je het niveau en de faam van de musici in acht neemt.

Het mooiste in dit programma was de solosonate voor viool met basso gespeeld door Sigiswald Kuijken op zijn violoncello da spalla (schoudercello).

 

Enkele foto's van het concert. Klik erop voor vergroting.

Enkele foto’s van het concert. Klik erop voor vergroting.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De foto’s van voor, tussen de delen door en na het concert, zijn niet goed gelukt. Gedurende het concert ging Sigiswald Kuijken veborgen achter de eerste violist. En tijdens het ‘duet’ met viool ging hij verscholen achter de muziekstandaard.

Op youtube (hieronder) zijn alle vier de delen van de mooiste sonate van die avond te beluisteren. Het is de Sonate XIV in sol maggiore per violino solo BG4. Op youtube wordt hij gespeeld door Luigi de Filippi. Of hij oorspronkelijk voor violino en basso geschreven werd, is me nog niet duidelijk. Deze sonate werd in elk geval erg mooi begeleid door Sigiswald Kuijken.

 

Op de foto van het invito hieronder is een viool van Giovanni Battista Guadagnini uit 1772 te zien. Op de achterkant staat een oude plattegrond van Padua uit 1784 die gemaakt is door Giovanni Valle. Duidelijk te ontwaren zijn het beroemde plein Prato della Valle, la chiesa di Santa Giustina en de oude stadsmuren.

viool Guadagnini met plattegrond van Padova (fotomontage)

Uitnodiging voor het concert met een viool van de bouwer Guadagnini met plattegrond van Padova (fotomontage?)

In de volgende video vertelt Luigi de Filippi wat meer over Tartini.

de piano van je grootmoeder *)

Wat hoort U liever, de aria van Joplin Oh Lord, will you buy me a Mercedes Benz, door Janis Joplin zelf a cappella gezongen, of Bach’s niet uit het staande repertoire weg te denken schlager Erbarme dich, waarvan we rond iedere Pasen moeten horen dat dat de mooiste aria is ooit gecomponeerd, en die door honderden op plaat/cd is gezet.
Overigens, ook the song van Joplin kun je terugvinden in de discografie van niet de minste uitvoerende kunstenaars, vaak met instrumentale ondersteuning.

Ik herinner mij Maarten ’t Hart, op een zondagmorgen op bezoek bij Han Reiziger, het VPRO programma Reiziger in muziek. ’t Hart ging achter de piano zitten en speelde psalm 43. Op hele noten, terwijl Lieuwe Visser, de bas, een strofe van die psalm zong.
Zwartekousenkerkmuziek.
Of, gewoon, muziek?

Willem Breuker had wellicht antwoord kunnen geven. Maar Willem Breuker is dood. Hij heeft ons wel de wijsheid nagelaten dat er geen klassieke en andere muziek is, alleen goede en slechte, maar heeft verzuimd aan te geven wat dan het kenmerk is waaraan goede muziek herkend kan worden.
Breuker heeft wel de daad bij het woord gevoegd door de Prelude in c minor van Rachmaninoff, ook zo’n klassieke tophit, voor zijn eigen Willem Breuker Kollektief te bewerken en aan het repertoire toe te voegen.

Over smaak valt niet te twisten. Maar ik zou best een boom op willen zetten over wat er nu echt mooi is aan de Mattheus. Ik heb wel mensen op bezoek gehad die zeiden dat ze de Mattheus schitterend … prachtig prachtig prachtig … vonden. Ik vroeg dan: zal ik hem opzetten (er is geen mens die niet weet wat met de Mattheus bedoeld wordt) . En nadat ik dat gedaan had, hoorde ik: is dat de Mattheus? Dat bedoel ik niet. Als ik dan achter de piano ging zitten en de eerste maten van O Haupt voll Blut und Wunden speelde kreeg ik dezelfde reactie als Salieri van die priester in Amadeus (the movie): yes I know that, that’s charming.

Karel van het Reve meende dat de schoonheid – ik denk dat hij bedoelde: de appreciatie – van een muziekstuk gelegen was in een enkel mooi akkoord, dat prachtig aansloot bij de samenklank die er onmiddellijk aan voorafging, en spannende verwachtingen opriep voor dat wat er onmiddellijk op volgde.

Ik wil daar wel een beetje bij aanhaken, en hier een lans breken voor de idee dat het met muziek is als met een passend gebaar, een juist woord op het juiste moment gevonden, waar je als mens een goed gevoel van krijgt. Een herinnering die opgeroepen wordt, een reminiscentie die deugd doet, en die dan als herinnering van de herinnering een eigen leven gaat leiden.

Ik woonde de begrafenis van een te vroeg overleden collega bij. Hij was lid van de harmonie of fanfare in zijn dorp. Op enig moment zetten, tijdens de rouwdienst, vier blazers achterin de kerk de melodie Herzliebster Jesu, was hast du verbrochen in. En ik zat weer, als klein jongetje op de stoep voor ons huis. In de Voorstraat van ons dorp speelde de christelijke fanfare Soli Deo Gloria een koraal.
Ik kon ze niet zien. Tussen mijn ouderlijk huis en de muziektent in de Voorstraat stond een grote kerk (“grote” kerk, voor een klein jongetje). Maar de klanken van die fanfare kwamen over die grote kerk aanwaaien. Prachtig.
Die herinnering aan het moment van herinnering geeft de muziek weer iets extra’s.

Haal ik die herinneringen dan op?
Luister ik naar het soort muziek dat die herinneringen oproept?
Ik zal U maar eerlijk bekennen: ik ben van de tijd van The Beatles … en ik heb niks met The Beatles. Ik heb eigenlijk niks met popmuziek.
Ik ben opgegroeid met het orgel. Onder één dak met kerkorganisten. Vooral: onder het kerkorgel.
Uiteraard Bach. Caesar Franck. Maar bovenal: psalmen en Eenige gezangen.
En, ik zou nu kunnen zeggen: ik kan er niks aan doen – maar ik wil er ook helemaal niks aan doen … die psalmen en gezangen vormen een deel van mijn muzikale geheugen.

Zo heb ik hier, tussen al mijn platen en cd’s … alleen goede muziek natuurlijk, geen popmuziek, ha ha … nou ja, een beetje jazz en ook nog wel fado’s, ook religieueze (geen geestelijke!) muziek, van Messiaen en Liszt – oh nee, dat hoort bij de goede muziek, want uitgevoerd door Reinbert de Leeuw, daar kan niks mis mee wezen … nou goed, ik heb hier de cd O God, thou art my God – subtitel: Psalms and Psalm settings in the Anglican tradition. [Voordat U van schrik wegloopt: degelijke componisten, te goeder naam en faam bekend, zoals William Byrd, Henry Purcell, en Thomas Attwood – leerling van Mozart! – hebben hiervoor getekend. Wacht, ik zal U een compositie laten horen van Ralph Vaughan Williams: Lord, Thou hast been our refuge.]


St. John’s College Choir zingt hier in een Hollandse kerk, de Allemanskerk in Oudkarspel

Wie bekend is met onze joods-christelijke worteltjes zal als een van de melodielijnen O God die droeg ons voorgeslacht herkend hebben, in het land van de componist bekend als St. Anne hymn.

Wie bekend is met het orgelwerk van Bach zal onmiddellijk het thema van de fuga bwv 552,2 herkend hebben, vroeger ook wel bekend als St. Anne Fugue.

Volgens de huidige, heersende opvatting is het puur toeval dat het thema van Bach en het begin van the St. Anne hymn gelijk zijn. Bach zou die Engelse melodie, van William Croft, niet gekend hebben.
Ik waag dat te betwijfelen. De melodie stamt uit 1708. Handel heeft Croft’s melodie gebruikt in één van zijn anthems. We schrijven dan 1718. Bach heeft z’n leven lang Handel willen ontmoeten, en heeft daartoe ook een paar pogingen ondernomen. Bach lette op. In de woorden van Christoph Wolff: … he set himself on a course distinct from that of peers like Telemann and Handel – but without ever losing interest in what they were doing.
Om de naam St. Anne Fugue in ere te herstellen hier bwv 552,2: een fuga van Johan Sebastiaan Bach in Es dur, op een anthem van George Frederic Handel, die dat op zijn beurt weer geleend heeft van William Croft.


deze opname is van Ton Koopman

Jammer dat Breuker niet de tijd heeft gekregen om daar een bewerking van te maken voor zijn Kollektief; had ik graag meegemaakt.

Mooie cd met mooie muziek, die van St. John’s Choir bedoel ik. Een cd die mij niet liever is, maar ook niet minder lief dan de cd Sensemayá van het Willem Breuker Kollektief.
De recensent vond het maar niks, en sneerde aan het eind van zijn bespreking: Nou ja, menig gelovige zal na het beluisteren van deze CD zeer gesticht zijn.
Ik waag het er op om U toch nog iets te laten horen van die cd. Iets dat ik mooi vind. Het is van de hierboven genoemde Attwood.


Turn thy face from my sins, nogmaals St. John’s College Choir, opnieuw in de Allemanskerk

Wie de gedachte niet kan verdragen dat ie naar psalmmuziek luistert, moet maar denken dat hij luistert naar zoiets als Laudate Dominus Omnes Gentes, kv 339, dus van de leermeester zelf, Mozart. Ook een psalm die getoonzet is, #117, maar dat zeggen de booklets er niet altijd bij.
Ik heb daarvan een wonderbaarlijk mooie uitvoering door Cecilia Bartoli. En ik moet nog meemaken dat een recensent zijn bespreking daarvan zou eindigen met een opmerking over gelovigen en gesticht worden.

*) de titel van deze post is ontleend aan een uitspraak van een Engelse musicus, nu lang geleden, die meende dat voor de ontwikkeling van iemands muzikale gevoel the tuning of Granny’s piano is of enormous importance