Home » meanderings » de toon zetten

de toon zetten

Echte muziek dus?
Echte muziek!
En wat mag dat dan wel zijn?

Laat ik een poging tot definitie geven – niet noodzakelijk sluitend, en absoluut niet bindend.

Wanneer een creatieveling een aantal noten aan papier toevertrouwd, met de bedoeling dat die noten tot tonen getransformeerd worden, en er is een ander – mag de opschrijver zijn in de gedaante van lezer – die al lezende hoort wat de bedoeling is – er zijn er genoeg die een partituur kunnen lezen en de muziek dan horen – dan zijn we al een heel eind. Wanneer die muziek dan ook nog uitgevoerd gaat worden, zodat die tonen zich gaan manifesteren als een verzameling van tonen, als een eenheid, hebben we een fenomeen. Een fenomeen dat we ook wel muziekstuk noemen. Of muziekuitvoering. Als het stuk dan ook nog fenomenaal genoemd wordt, gaat dat stuk repertoire houden.
Dat is dan echte muziek.

Dus, als een slagersjongen een deuntje fluit is dat geen echte muziek?
Nee, maar als Messiaen al fluitend terugkeert van zijn bezoek aan de vogels in het bos, en dat wat hij gefloten heeft opschrijft … ja, dat wordt echte muziek.

Over die echte muziek zal het hier gaan.

Met die tonen is iets raars aan de hand.
Als je een toon hoort, hoor je meerdere tonen tegelijk, zonder dat je je daarvan bewust bent – de meesten van ons. Dat noemen we boventonen.
Die tonen zitten gevangen in een toonstelsel – waar eigenlijk, relatief gesproken, ten opzichte van de hoeveelheid muziek, nog geen toon aan ontsnapt is.

over tonen en boventonen
Als we het over tonen hebben komen we in the art of noise terecht. Tonen ontstaan doordat lichamen trillen en die trilling meedelen aan een medium, lucht, waardoor die lucht gaat trillen waarvoor ons oor weer heel gevoelig is. Ons oor kan onderscheid maken tussen het regelmatig trillen van de lucht – is een toon – en het onregelmatig trillen – is geruis. The art of noise zou je dan kunnen zien als de samenwerking tussen bouwers van instrumenten en bespelers van instrumenten: een instrument wordt zodanig gebouwd en bespeeld dat het een regelmatig trillen van de lucht tot stand brengt, en al doende aangename tonen produceert. Maar er kunnen ook instrumenten gebouwd worden die een regelmatig onregelmatig geluid produceren: het geruis van het slaginstrument. Niet altijd even aangenaam, maar wel opzwepend.

Let wel, vliegtuigen, een spoorweg of een autoweg, hoogspanningskabels, de drones van Obama niet te vergeten, en ook steden geven een eigen geruis af. (Er schijnen mensen te zijn die aan het geruis, of gedruis, kunnen vertellen in welke stad ze lopen.) We zijn dan aanbeland bij de futurist Luigi Russolo en zijn manifesto l’ Arte dei Rumori. Nou ja, il futurista hoort geen rumori meer, ook het proces van decomposing is al lang afgelopen.

Bij regelmatige tonen openbaart zich een prachtig fenomeen: de boventoon. Als wij een toon horen, horen we niet alleen de basistoon, maar herkennen we de oorsprong van de toon – welk instrument – aan de boventonen in dat geluid. Dat heet dan de klankkleur. Die krijgt de bouwer van het instrument, en daarna de bespeler er van, gratis en voor niks bij. Je kan een mooie of een lelijke cello bouwen, een goede of een slechte, maar je zult altijd horen dat de bedoeling om een cello te bouwen ten grondslag lag aan de bouwidee. Je kunt nog zo’n slechte cello bouwen, hij zal niet naar een trompet gaan rieken – hooguit kan die een sterk verlangen naar blaasmuziek oproepen, vanwege de slechte kwaliteit van het strijkinstrument.

over toonstelsels
Tonen kunnen een heel zelfstandig leven leiden. Luister naar het schrille fluiten van een oude locomotief in een western.
Maar, niet zodra is er sprake van muziek, of de toon is gevangen gezet tussen andere tonen. In consonanten en dissonanten – al zijn er wel minder dissonanten dan vroeger, die zijn consonant geworden.
Het moet harmonisch samen gaan, zoals dat heet.
Let wel, hier wordt harmonisch niet bedoeld in de zin van lieflijk. Harmonisch geldt hier als: volgens de regelen der kunst van het opeenvolgen van samenklanken.
Ja, daar zijn regels voor!
Als de tonica de basis genoemd mag worden van een muziekstuk, dan zijn er maar twee bewegingen mogelijk: richting de tonica, is richting het rustpunt, en van de tonica vandaan: dit maakt de stuwing van de melodie zichtbaar.
Veel luisteraars – de meeste? – houden er van om regelmatig terug te keren tot de tonica. Volgens Martin van Amerongen was dat de basishouding van popmuziek, en daarom was popmuziek naar zijn mening geen muziek.
Volgens een oude meester, Sem Dresden, waaraan ik mij nu schatplichtig maak, is het niet fraai, telkens terug te keren tot de tonica – onze Martin zou dus gelijk gehad kunnen hebben.

Het begrip tonica – en onderdominant, én dominant – zijn begrippen die in die opvatting van muziek en harmonie een belangrijke rol spelen.
Er zijn knappe koppen die denken dat deze regels te maken hebben met de boventonen die wij horen. Echter, ik ben nu zeer westers bezig, en er zijn oosterse muzieksystemen met heel andere toonstelsels, terwijl die mensen toch dezelfde boventonen hoorden.

Maar ook in de westerse muziek is men daar anders over gaan denken. En zo kregen we atonaliteit, en het twaalftoonsysteem van Arnold Schönberg, of de toonklok van Peter Schat. En er zijn ook wel halve secondes uitgevonden … maar het merendeel van de westerse oren luistert toch het liefst naar de bekende toonladders en de harmonieën die daarop gebaseerd zijn … en wil ademhalen bij rustpunten.

Toch, het gehamer op de scheepswerf, of de symmetrie van een kathedraal, of het Plakkaat van Verlatinge – ik ben nu in DE MATERIE van Louis Andriessen beland … het kan allemaal als muziek in de oren klinken.

Wat als muziek in de oren klinkt: dat moet hier aan de orde komen.

Ten slotte, nog even over rustpunten gesproken.

Ik heb de première bij mogen wonen van Louis Andriessen’s De Materie, Holland Festival 1989. Dat bestaat uit vier delen. Na ieder deel mocht de luisteraar/kijker even tot rust komen.

Ik heb hier op cd een werk van Luigi Nono, il canto sospeso, over en voor de slachtoffers van het barbaarse Naziregime. Dat werk kent geen rustpunt, en zal ook nooit rustpunten kennen.
Haunting music, zou je kunnen zeggen.

Heeft moderne muziek geen rustpunt meer?
Celliste Doris Hochscheid speelt, met Frans Ruth veel modern werk. Op haar site staat de uitvoering van een stuk(je) van Louis Andriessen.
Duurt 2.13 … en zit boordevol rustpunten.


boordevol rustpunten

Zelf heb ik een stuk geschreven. Het begint in As groot en gaat via g klein naar G groot.
Eigenlijk is het slotakkoord het enige akkoord dat in G-groot staat. Toch is het een duidelijk rustpunt.
Ik heb het gedoopt: de stilte ligt verlaten aan het strand.

Dat soort rustpunten, en vooral die stilte, zijn op dit blog taboe.

Het moet lawaai maken.

Advertenties

1 reactie

  1. […] aanleiding van Leonardo’s eerste blogbericht, dat tevens het eerste bericht op deze blog was, dacht ik aan het werk van Ton Bruynèl. Leonardo […]

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Our youtube channel

link
Follow on WordPress.com

Voer je e-mailadres in om deze blog te volgen en om per e-mail meldingen over nieuwe berichten te ontvangen.

Doe mee met 4 andere volgers

%d bloggers liken dit: