Home » 2014 » november

Monthly Archives: november 2014

Il giardino armonico

Dit is de naam van een beroemd barokensemble. Omdat ik een tijdje uit de muziekwereld verdwenen was heb ik dit ensemble kort geleden pas ontdekt. Voor wie meteen wat wil beluisteren staan er onderaan dit bericht wat geluidsvideo’s van youtube en vimeo.

Deze groep bestaat al erg lang (sinds 1985), maar kwam pas kort geleden onder mijn aandacht omdat dit ensemble een nieuwe CD heeft gemaakt met werken van Haydn en Gluck. Nadat ik het korte fragment uit een concert in Berlijn gehoord had, moest ik absoluut de CD beluisteren. Hij blijkt gratis op Spotify te beluisteren te zijn.

Het orkest staat onder leiding van Giovanni Antonini. Hij komt uit Milaan, studeerde in Genua en speelt (net als ik) blokfluit en traverso.

Het lijkt erop dat deze groep steeds beter gaat spelen, want veel youtube’s van vroeger zijn mooi, maar lang niet zo uitgesproken antoniniaans als hun uitvoeringen van de laatste jaren en deze laatste CD.

Giovanni Antonini vertelt in een van zijn interviews dat hij met zijn orkest een eigen kleur en stijl wil bereiken. Volgens mij is hem dat goed gelukt. Zijn uitvoeringen zijn uiterst ritmisch en precies.
Neem nu bijvoorbeeld het hierboven genoemde album Haydn2032 no.1 La Passione. Dat begint met Symfonie n. 39 in g mineur Hob. I:39. “Tempesta di mare”

Na het eerste deel Allegro assai dat meesterlijk uitgevoerd wordt, volgt het Andante met krachtig gespeelde akkoorden waarbij eerst de bassen, cello’s, altviolen en violen, het akkoord in een fractie van een seconde in een strak arpeggio neerzetten. Het effect is zeer verrassend. Zie de akkoorden op de eerste tel van maat 17, 19 en 21.

Andante Haydn2032

Andante Haydn2032

Het Andante uit Haydn’s tempesta di mare, uitgevoerd door Il giardino armonico, is hieronder te beluisteren.

 

 

Het hele album “Haydn2032” is te beluisteren op Spotify.

Giovanni Antonini – Haydn 2032, Vol. 1: La Passione 

Hier volgt een kort maar prachtig video/audioverslag van hun concert in Berlijn, waar ook de musici al spelend te zien zijn. Dit fragment doet voorkomen dat het stuk muziek ook op de CD staat, maar ik heb het niet kunnen ontdekken. Als iemand weet wat het is, dan hoor ik dat graag.

 

Haydn2032 im Radialsystem Berlin from Haydn2032

 

En hier is het Concerto in do maggiore per mandolino, archi e cembalo RV 425 van Vivaldi door il giardino armonico te beluisteren. Let ook op de stijlvolle aankleding.

 

 

 

jeetje

MjUSICAMANTI dus.

Het was eerst musicamanti, een duidelijke samentrekking van musica en amanti: amanti della musica. Maar, musicamanti staat zo braaf, zo keurig net. Vandaar dat jeetje, speels er tussenuit springend.

Waarom een j?

Wel iedereen denkt bij musica onmiddellijk aan Italia. Of aan Mitteleuropa en Musik. En de componisten met een B.
Bach, Bergolesi, Beethoven.
Bmahler.
Niet die molenaar. Dat is Burgmüller, bemaler van città en befestigte Burgen – schreef ook 25 Études faciles et progressives (op.100 … dus schreef nog veel meer).

Wij spreken van Mahleriaanse muziek. Maar er was in diezelfde tijd een veelbelovend componist wiens naam met een R begint: Hans Rott. Veel te vroeg doodgegaan – heeft de 26 jaren net niet gehaald. Vanwege die R?
Als die was blijven leven hadden we nu van Rottiaanse wendingen gesproken. Mahler zelf zei van hem Was die Musik an ihm verloren hat, ist gar nicht zu ermessen. Alleen daarom al, zijn noodlot dat ons noodlottig werd, een reden om hem te noemen.

luister naar wat nooit het etiket “Rottiaans” heeft mogen krijgen

Natuurlijk, we hebben, richting het Oosten, ook nog weet van Tchaikovsky … zou eigenlijk Bchaikovsky moeten heten.
Of Bhostakovich.
(Ongewild gaan mijn gedachten nu naar die collega die thuis de 5 (sic) orkestsuites van Bach op cd had – prachtige muziek Leonardo – en mij bij hoog en bij laag bezwoer dat het een gebrek aan mijn opvoeding was dat ik er maar 4 kende, maar dat hij ze echt alle vijf in zijn platenverzameling had.)

Nou ja, Mozart is met een M – dat is zo’n icoon van de westerse muziekgeschiedenis, daar durf zelfs ik geen woordspeling op te maken.

Hoeveel Mitteleuropäische oortjes zullen de eerste maten van genoemde symfonie van Rott gehoord hebben.
Iedereen kent wel de eerste maten van Beethoven. Onder kamerbewoners in Amsterdam was dat het deuntje om iemand van zijn zolderkamer naar beneden te fluiten. Want als je aanbelde liep je kans dat een “overbezorgde” hospita wilde weten wat je ging doen. Het is zelfs het herkenningsfluitje voor mijn lieve Bianc’orsa. Alleen, het gaat dan niet zo

bfs_1

maar zo

bfs_2

Ik had natuurlijk moeten zeggen: de eerste maten van Beethoven’s vijfde.
Beh … nog niet correct, er moet “symfonie” bij. Maar vraag iemand naar de eerste maten van Beethoven, en grote kans dat je niet zijn eerste jeugdwerk hoort, maar pom pom pom POOOOM.

Ik noemde Bergolesi hierboven, om zo naar de overkant van de plas die Noordzee heet te kunnen springen. Daar wonen ook componisten.
Handel – geen B maar wel zonder umlaut, en hij komt gelukkig uit Mitteleuropa.
Britten – wel een B – zul je niet gauw horen noemen.

De Engelsen zijn precies hetzelfde, die denken dat een beetje componist aan Engeland behoort.
Ik had vroeger de Grove’s concise music encyclopaedia in huis. The prince consort Albert wordt daarin wel als componist genoemd – heeft ooit een liedje voor echtgenote Victoria geschreven – maar toen ik op zoek ging naar wat “obscuurdere” componisten NL kwam ik van een koude kermis thuis. Van Matthijs Vermeulen hadden ze nooit gehoord, en zelfs nu staat in de online dictionary of music, door Oxford onder haar hoede genomen, wel een uitgebreid artikel over Albert, maar onze Unico Wilhelm van Wassenaer wordt niet genoemd. En die is er door sommige kenners nog even op aangezien dat hij het meest bekende Stabat Mater aller tijden heeft geschreven, en niet Pergolesi.

Aan de overkant van die nog grotere vijver, de Atlantische Oceaan, wonen uiteraard geen componisten.
Nou ja, Bernstein dan, die kennen we van de West Side Story. Al is het niet ondenkbaar dat er een Engelsman rondloopt die denkt dat Shakespeare niet alleen de pater spiritualis hiervan was, maar ook de muziek gecomponeerd heeft.
Misschien dat de naam van John Cage zal vallen.
Hoeveel mensen zullen Aaron Copland kennen? Daarom hier eerst een mooie song van hem, voor een gedicht van Emily Dickinson.


because I could not stop for Death – he kindly stopped for me

Vandaar die J.
Het gaat niet alleen over musica, of over Musik, maar ook over music – daar mag geen misverstand over bestaan.
Had dus eigenlijk moeten zijn mJusicamanti.

Maar, de j moet er speels uitspringen.
Want muziek moet gespeeld worden.
Met muziek moet je kunnen spelen.

Er is een loodzwaar motto: per aspera ad astra. Is door Adorno aan de vijfde van Mahler vastgeknoopt. Inderdaad, loodzware muziek die begint met een treurmars, maar eindigt met een feestelijke fanfare.
Ons motto moet zijn: per musica ad homo ludens. Door de muziek de spelende mens hervinden.

Er is dat praeludium van Bach, nr. 15 uit das wohltemperierte Klavier II. Teil. G grote terts. Mag ik graag spelen. En ik volg dan trouw de partituur.
Volgde moet ik zeggen.
Ik leerde de sonate voor cello en piano nr. 2 van Mendelssohn kennen. Opus 58. Het derde deel daarvan is een adagio, dat begint met een koraalmelodie, omspeeld door arpeggio’s, door de piano. De daarna inzettende cello komt er niet op terug.
Sindsdien is dat praeludium van Bach voor mij veranderd. Ik speel het eerst helemaal, met het eerste deel herhaald (als voorgeschreven). Dan pak ik aan het slot de draad van het adagio van Mendelssohn op, als cadens: ik speel de melodie als Bach-koraal, het slotakkoord van iedere regel als  arpeggio esteso. Aan het eind van het koraal keer ik – keurig met triller, zoals een cadens afgesloten hoort te worden – terug naar maat 37 van het praeludium.
Ik weet nu niet meer beter.

Toen ik de uitvoering van Ivo Janssen van het wohltemperierte Klavier gekocht had, ben ik onmiddellijk naar dat praeludium gegaan en luisterde gespannen of hij Mendelssohn niet vergeten was.
Helaas, Ivo kan prachtig spelen.
Maar hij wou niet meespelen.

dan zal ik het adagio nu maar laten horen

Voor de hier vergaderde MjUSICAMANTI

de pad of de uil

Naar aanleiding van Leonardo’s eerste blogbericht, dat tevens het eerste bericht op deze blog was, dacht ik aan het werk van Ton Bruynèl. Leonardo schreef over wat geluiden en lawaai waren en wat als muziek beschouwd zou moeten worden. Hij noemde de fluitende vogels van Messiaen  en refereerde onder andere aan het werk van Russolo, l’Arte dei Rumori. Volgens Russolo, die dit manifest in 1909 aan een vriend schreef, zouden toekomstige componisten aan de slag moeten met de combinatie geluid en lawaai. Hij baseerde dit idee op het feit dat de mens, vooral in de steden, steeds meer blootstond aan lawaai onder andere door de opkomst van de auto en andere machines. In de nieuwe muziek zouden de componisten een oneindigheid aan timbres moeten zien te reproduceren. Hij dacht daarbij aan de bouw van nieuwe instrumenten die alle lawaai en geluiden konden laten klinken en aan de organisatie van deze instrumenten in een orkest.

Dat de verschillende geluiden en timbres ook zo overvloedig geproduceerd zouden kunnen worden door elektronische instrumenten had Russolo wellicht niet voorzien.

Ton Bruynèl, componist van Nederlandse bodem, maakte dankbaar gebruik van de mogelijkheid elektronische geluiden en lawaai te registreren. Hij maakte daar dan een tape of soundtrack van en schreef er muziek bij voor traditionele instrumenten. Het resultaat is werkelijk verbluffend.

Op de open dag aan het Utrechts Conservatorium kregen alle fluitisten van Ton Bruynèl zijn werk Serène mee. Dat bestond uit een LP met de geregistreerde geluiden en een partituur met de muziek voor fluit. Ik heb deze enorme map nog steeds.

Het stuk Serène begint met de roep van een dwergooruiltje dat hij registreerde in de Languedoc. Nu kwam ik de zomer, na de ontmoeting in Utrecht, Ton Bruynèl tegen in de Dordogne. Ik heb hem nog geprobeerd te laten weten dat ik hem kende, maar ik kreeg de indruk dat hij liever niet herkend werd.

Hier is het meesterwerk van Ton Bruynels Serène te beluisteren. De fluitist Jorge Caryevschi doet dit werkelijk erg mooi.

Buon ascolto!

 

Nu hoorde ik enige tijd geleden van een bevriend musicus en natuurkenner, dat het in dit stuk niet zou gaan om de roep van een dwergooruiltje maar om het geluid gemaakt door een pad, de vroedmeesterpad. Nu lijkt mij het geluid van deze pad te frequent en het enkele toontje van te korte duur. Hieronder kan men de twee geluiden vergelijken.

Geluid vroedmeesterpad

Geluid dwergooruil

Voor wie nog meer van Ton Bruynèl wil horen is er een zeer mooie opname uit 2009 van VPRO Vrije Geluiden met de hoboïste Justine Gerretsen. Zij speelt ‘Soft songs’ voor hobo en soundtrack. (Sorry voor de reclame en de introductie).

Soft song

Op youtube is natuurlijk nog veel meer muziek van Ton Bruynèl te vinden.

In een werk van Louis Andriessen, worden geluiden uit de omgeving nagebootst door traditionele instrumenten, zoals in het begin van De Materie waarin er wel 144 mokerslagen te horen zijn, een geluid uit een Hollandse scheepswerf uit de 17de eeuw. In dit fragment kan het indrukwekkende geluid gehoord worden.

Het volgende en laatste voorbeeld is van een heel andere klasse, maar zeker het noemen waard. Björk zingt in de film Dancer in the Dark van Lars von Trier waarbij door de hele film de muziek gebaseerd is op geluiden uit de omgeving van machines, het schrapen van potlood op papier en, zoals in dit laatste fragment, het bonkende geluid van de trein op de voegen tussen de rails.

I’ve seen it all gezongen door Björk  uit de film Dancer in the dark:

de toon zetten

Echte muziek dus?
Echte muziek!
En wat mag dat dan wel zijn?

Laat ik een poging tot definitie geven – niet noodzakelijk sluitend, en absoluut niet bindend.

Wanneer een creatieveling een aantal noten aan papier toevertrouwd, met de bedoeling dat die noten tot tonen getransformeerd worden, en er is een ander – mag de opschrijver zijn in de gedaante van lezer – die al lezende hoort wat de bedoeling is – er zijn er genoeg die een partituur kunnen lezen en de muziek dan horen – dan zijn we al een heel eind. Wanneer die muziek dan ook nog uitgevoerd gaat worden, zodat die tonen zich gaan manifesteren als een verzameling van tonen, als een eenheid, hebben we een fenomeen. Een fenomeen dat we ook wel muziekstuk noemen. Of muziekuitvoering. Als het stuk dan ook nog fenomenaal genoemd wordt, gaat dat stuk repertoire houden.
Dat is dan echte muziek.

Dus, als een slagersjongen een deuntje fluit is dat geen echte muziek?
Nee, maar als Messiaen al fluitend terugkeert van zijn bezoek aan de vogels in het bos, en dat wat hij gefloten heeft opschrijft … ja, dat wordt echte muziek.

Over die echte muziek zal het hier gaan.

Met die tonen is iets raars aan de hand.
Als je een toon hoort, hoor je meerdere tonen tegelijk, zonder dat je je daarvan bewust bent – de meesten van ons. Dat noemen we boventonen.
Die tonen zitten gevangen in een toonstelsel – waar eigenlijk, relatief gesproken, ten opzichte van de hoeveelheid muziek, nog geen toon aan ontsnapt is.

over tonen en boventonen
Als we het over tonen hebben komen we in the art of noise terecht. Tonen ontstaan doordat lichamen trillen en die trilling meedelen aan een medium, lucht, waardoor die lucht gaat trillen waarvoor ons oor weer heel gevoelig is. Ons oor kan onderscheid maken tussen het regelmatig trillen van de lucht – is een toon – en het onregelmatig trillen – is geruis. The art of noise zou je dan kunnen zien als de samenwerking tussen bouwers van instrumenten en bespelers van instrumenten: een instrument wordt zodanig gebouwd en bespeeld dat het een regelmatig trillen van de lucht tot stand brengt, en al doende aangename tonen produceert. Maar er kunnen ook instrumenten gebouwd worden die een regelmatig onregelmatig geluid produceren: het geruis van het slaginstrument. Niet altijd even aangenaam, maar wel opzwepend.

Let wel, vliegtuigen, een spoorweg of een autoweg, hoogspanningskabels, de drones van Obama niet te vergeten, en ook steden geven een eigen geruis af. (Er schijnen mensen te zijn die aan het geruis, of gedruis, kunnen vertellen in welke stad ze lopen.) We zijn dan aanbeland bij de futurist Luigi Russolo en zijn manifesto l’ Arte dei Rumori. Nou ja, il futurista hoort geen rumori meer, ook het proces van decomposing is al lang afgelopen.

Bij regelmatige tonen openbaart zich een prachtig fenomeen: de boventoon. Als wij een toon horen, horen we niet alleen de basistoon, maar herkennen we de oorsprong van de toon – welk instrument – aan de boventonen in dat geluid. Dat heet dan de klankkleur. Die krijgt de bouwer van het instrument, en daarna de bespeler er van, gratis en voor niks bij. Je kan een mooie of een lelijke cello bouwen, een goede of een slechte, maar je zult altijd horen dat de bedoeling om een cello te bouwen ten grondslag lag aan de bouwidee. Je kunt nog zo’n slechte cello bouwen, hij zal niet naar een trompet gaan rieken – hooguit kan die een sterk verlangen naar blaasmuziek oproepen, vanwege de slechte kwaliteit van het strijkinstrument.

over toonstelsels
Tonen kunnen een heel zelfstandig leven leiden. Luister naar het schrille fluiten van een oude locomotief in een western.
Maar, niet zodra is er sprake van muziek, of de toon is gevangen gezet tussen andere tonen. In consonanten en dissonanten – al zijn er wel minder dissonanten dan vroeger, die zijn consonant geworden.
Het moet harmonisch samen gaan, zoals dat heet.
Let wel, hier wordt harmonisch niet bedoeld in de zin van lieflijk. Harmonisch geldt hier als: volgens de regelen der kunst van het opeenvolgen van samenklanken.
Ja, daar zijn regels voor!
Als de tonica de basis genoemd mag worden van een muziekstuk, dan zijn er maar twee bewegingen mogelijk: richting de tonica, is richting het rustpunt, en van de tonica vandaan: dit maakt de stuwing van de melodie zichtbaar.
Veel luisteraars – de meeste? – houden er van om regelmatig terug te keren tot de tonica. Volgens Martin van Amerongen was dat de basishouding van popmuziek, en daarom was popmuziek naar zijn mening geen muziek.
Volgens een oude meester, Sem Dresden, waaraan ik mij nu schatplichtig maak, is het niet fraai, telkens terug te keren tot de tonica – onze Martin zou dus gelijk gehad kunnen hebben.

Het begrip tonica – en onderdominant, én dominant – zijn begrippen die in die opvatting van muziek en harmonie een belangrijke rol spelen.
Er zijn knappe koppen die denken dat deze regels te maken hebben met de boventonen die wij horen. Echter, ik ben nu zeer westers bezig, en er zijn oosterse muzieksystemen met heel andere toonstelsels, terwijl die mensen toch dezelfde boventonen hoorden.

Maar ook in de westerse muziek is men daar anders over gaan denken. En zo kregen we atonaliteit, en het twaalftoonsysteem van Arnold Schönberg, of de toonklok van Peter Schat. En er zijn ook wel halve secondes uitgevonden … maar het merendeel van de westerse oren luistert toch het liefst naar de bekende toonladders en de harmonieën die daarop gebaseerd zijn … en wil ademhalen bij rustpunten.

Toch, het gehamer op de scheepswerf, of de symmetrie van een kathedraal, of het Plakkaat van Verlatinge – ik ben nu in DE MATERIE van Louis Andriessen beland … het kan allemaal als muziek in de oren klinken.

Wat als muziek in de oren klinkt: dat moet hier aan de orde komen.

Ten slotte, nog even over rustpunten gesproken.

Ik heb de première bij mogen wonen van Louis Andriessen’s De Materie, Holland Festival 1989. Dat bestaat uit vier delen. Na ieder deel mocht de luisteraar/kijker even tot rust komen.

Ik heb hier op cd een werk van Luigi Nono, il canto sospeso, over en voor de slachtoffers van het barbaarse Naziregime. Dat werk kent geen rustpunt, en zal ook nooit rustpunten kennen.
Haunting music, zou je kunnen zeggen.

Heeft moderne muziek geen rustpunt meer?
Celliste Doris Hochscheid speelt, met Frans Ruth veel modern werk. Op haar site staat de uitvoering van een stuk(je) van Louis Andriessen.
Duurt 2.13 … en zit boordevol rustpunten.


boordevol rustpunten

Zelf heb ik een stuk geschreven. Het begint in As groot en gaat via g klein naar G groot.
Eigenlijk is het slotakkoord het enige akkoord dat in G-groot staat. Toch is het een duidelijk rustpunt.
Ik heb het gedoopt: de stilte ligt verlaten aan het strand.

Dat soort rustpunten, en vooral die stilte, zijn op dit blog taboe.

Het moet lawaai maken.

een nieuw muziekblog

een nieuw blog dat zal verhalen over klassieke muziek

beter gezegd
zoals Willem Breuker zei: goede muziek
want er is, volgens hem dan, geen klassieke muziek
alleen goede muziek en slechte muziek

wel, dat terzijde: dit gaat over echte muziek